Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een laatste blijdschap was het, toen ook — het was al tien uur geworden — de mist in den krater dunner werd en ik opeenmaal, diep beneden mij, een wateroever zag. Al meer en meer verdwenen de nevels en eindelijk was de gansche bergtop zoo vrij van wolken als had de hemelsche barbier hem het laatste zeepsop van zijn geschoren konen afgewreven. En wat voor een krater kwam daar uit dien nevel te voorschijn! Wanden als muren, rood en geel van kleur, die naar beneden vielen, ja, plóften van steilte. Men zweefde boven den afgrond. Een stap en men zou zoo op den waterbodem vallen. Met angstig gekromde krallen klemde zich het los gesteente nog vast aan den rand, maar dan dook alles plotseling weg in de onzegbare diepte.

Wij maakten rotsblokken los, verhaastend hun doodsvonnis, en met reuzensprongen stortten ze ih den gapenden muil.

Vóór dat de wild steile wanden wegzonken in het onpeilbaar diepe van het vulkaanbinnenste, vlakte als een stille bodem een groene waterspiegel, die voor het oog verborg de kerndiepte van den krater.

Verlaten lag de vreemde waterplas in de sombere engte tusschen de loodrechte wanden en nimmer zal een mensch tot dat water kunnen afdalen. Van de oppervlakte steeg rook op en de ijle damp rees als een grillig gedraaide kolom naar boven. Gele slierten van zwavelbloem dreven stillekens op den smaragd-groenen spiegel. Aan de noordzijde kringde zeer duidelijk de opborreling van een gasbron en ook op twee andere plaatsen was een zwakke gasopwelling te bespeuren.

Wel rustig was het dus daar beneden en veel kalmer dan in 1913, toen de beklimmers het meer op vele plaatsen zagen rooken en koken. In Junghuhn's tijd stootte de vulkaan zelfs rookpluimen uit, die aan den Sëmeroe deden denken.

Blijkbaar is dus de vulkanische levendigheid van den Piek uitstervende, maar of ze niet ter kwader ure opnieuw den berg zal beroeren ? Niemand weet het. Daarover zijn geen voorspellingen te doen en de omwoners moeten maar in goed vertrouwen voortleven.

Het was ondertusschen al half twaalf geworden en de gewone middagwolken, die geboren worden in den luchtstroom, die de zonbestraalde bergzijden naar boven trekken, kwamen van alle kanten opzetten. De harde

Sluiten