Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mij vele wolken, maar stak boven mijn hoofd de kraterrand scherp tegen den hemel af.

Instede van rechts af te slaan, zooals op den vorigen morgen, week ik nu naar links af en klom naar den noordoostelijken hoek van den kraterrand, dien ik zonder ernstige bezwaren in een uur tijds bereikte.

Mijn doel was tweeërlei. Ten eerste wilde ik den vollen blik hebben op den reusachtigen, vierhonderd meter hoogen kraterwand onder den hoogsten top en ten tweede hoopte ik den rand geheel rond te kunnen trekken; was ik toch zonder bezwaren den vorigen dag een heel eind naar de andere zijde van den top afgedaald.

Een dergelijke onderschattig van zijn vulkanische wildheid gedoogde echter de berg niet. Nauw toch was ik met eenig beleid langs een kleine boog van zijn vervaarlijken cirkel geloopen of de rand verscherpte zich tot een spitse pyramide van losse, roode tuf, gevolgd door een niet minder puntigen broeder van brokkelig, geel gesteente, die, als een muts, een rotsblok op zijn microcephaal boveneind droeg.

Eenige messcherpe kammen en een inkerving vormden de even weinig hoopvolle voortzetting, zoodat ik wijselijk besloot zelfs geen poging te doen om, onder die debile gasten, langs een veel lagere hoogtelijn opdenkegelmantel verder te trekken, maar besloot om te wachten tot de zon door de wolken zou breken om de camera met vrucht in werking te zetten. Want waard om in stereoscopisch beeld te brengen, waren de woeste rotsduivels, die daar op den kraterrand als roofvogels genesteld waren, zeer zeker.

Ook in den namiddag klim ik op de hellingen rond, tusschen de geweldige blokken, die van de ravijnwanden waren afgestort. De wolken van den morgen zijn echter uitgegroeid tot reusachtige bergen met zware zwartuitgezakte fundamenten en verblindend witte koppen. Gelijk schrikverwekkende, witomhulde gedaanten bewegen zij zich op het ontzaggelijke tooneel, als in een spookig mimen-spel, begeleid door onheilspellend dondergerommel. Vluchtend voor hun dreigend gebaar komen nevelruiters uit de ravijndiepten aanjagen en weldra omsombert mij de mist, die de rotswanden rondom schrikwekkend hooger maakt en mij afsluit van de verdere wereld.

Edoch, bestendigheid bestaat niet in het rijk der wolken, waar en

Sluiten