Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eeuwigdurende afwisseling van groeien en slinken, van geboren worden en verdwijnen heerscht.

De mist lost op; de witte reuzen krimpen in, vervloeiend en vervluchtigend; het dal en de bergen aan zijn overzijde doemen op door de dampige lagen der lucht, als gedrenkt van regen en overtogen door vochtige wolkenwaden.

In het Oosten hangen nog dichte .wolken, waaruit regen valt.

Dan doopt de ondergaande zon haar penseel in haar schitterendste verfpot en cirkelt met één grooten godenzwaai een leikleurige regenboog boven de bergribbe. Met een tweede, nog breedere streek, toovert ze een wijdere boog om de eerste en blaast door de dampende atmospheer een wolk van stofgoud. De bergfiguren, in het Oosten donkerblauw, gaan, waar ze het Westen naderen, over tot diaphaan violet en verwazen, dichter bij de zon, in den gouden glans.

In roode gloeiing gloort de hooge kraterrand tegen het diepe azuur van den hemel.

Dan zakt de zon onder de kim en alles verzinkt in grauwe tinten.

Voorbijgaand was het kleurenspel en uit mijn gezichtskring verdween ook de groote berg, nadat ik op den terugweg zijn reuzengestalte, die als een wachter het lengte-dal afsloot, nog lang had nagestaard; maar wat blijven zal, dat is de herinnering, die immer trouw verschijnt, als we haar oproepen, als de gehoorzame tooverslaaf uit het sprookje.

Sluiten