Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dier wereld-krachten en toch vol trotsche vervoering, dat ik een korte spanne tijds in begrijpende aanraking met de oerstof mocht zijn.

Onder de vreeselijkste barensweeën zag ik ze geboren worden, enkel nog massa; gloeiende, persende, rookende massa, waarin slechts de lagere organiseering der electrische oerdeeltjes tot de atomen der elementen bestond, maar die voorbestemd was om aan de aardoppervlakte ter goeder ure bezield te worden door het leven en in eindeloos langen kringloop deel te nemen aan den opbouw van steeds hooger georganiseerde wezens.

Of brachten ze de bezieling al mede, puttend uit de groote aardziel, zooals het kind ter wereld komt, zijn drinkbeker gevuld uit de levensfontein zijner moeder? En zouden ze die bezieling bewaren gedurende het lange tijdperk, dat ze zouden zijn : de steen, die omlaag rolt; het verweerde stof, dat door den wind meegevoerd wordt; het vruchtbare slib, dat door de bruisende bergbeek naar de lage landen wordt gebracht en opgenomen wordt door de levende planten?

Zag ik de levende moederaarde onder mij, die kermend van barenssmarten, nieuw leven voortbracht en was heel de eindelooze reeks van levens, die zich van plant tot dier en van dier tot mensch op dit vruchtbare eiland hadden ontwikkeld, uit deze vreeselijke baring voortgekomen?

Was ik hier getuige van de openbaring eener albezieling?

Ontwikkelde leven zich geleidelijk uit de oerstof?

Was het reeds aanwezig in elk atoom, waarin de electronen volgens vaste wetten hun duizelingwekkende rondrenning moeten uitvoeren?

Was hooger leven slechts het samenwerken tot één doel van vele dier primitieve levens, zooals de levende cellen plant en dier vormen, de bijen een kolonie en vele menschen een volk?

In de vervaarlijke stem der vlam, in het dreunen van den bodem meende ik het antwoord te hooren, maar begrijpen kon ik het niet, verbijsterd als ik was.

De nacht naderde, toen ik eindelijk de ladders weer afklom en in de lugubere zandvlakte afdaalde.

Met snelle schreden liep ik langs het voetpad terug, als vluchtende voor de diepdreunende stem van den vulkaan. Als ik omkeek zag ik een

Sluiten