Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoogte; voorbij was het geweldige spel, waarmee de berg zich opbouwde, steeds strevend naar grooter hoogte.

Wat vroeger slechts een enkele waagmoedige natuurvorscher of een waaghalzige toerist had durven doen, het loopen naar den kraterrand om een snelle blik te werpen in de lavaput, waar de spanning telkens opnieuw aanzwellende was, dat was nu een gevaarlooze wandeling en weldra keek ik in den grijnzenden muil.

Uiterst steil zag ik de bruin- en grijsgelaagde, westelijke wanden neerschieten naar de, voor mijn blik, niet le peilen diepte van den bodem der put. Geweldige rotsblokken, afgestort van de wanden, die onder mij wegzonken, onttrokken de kraterdiepte aan mijn oog; maar ijle, witte dampen zag ik uit den trechter opstijgen.

In het Zuiden en Oosten was de wand ingekerfd en ik wist hoe, daarachter, ravijnen neerdaalden, waardoor vroeger vurige stroomen in doodelijke vaart naar de vlakte waren gevloeid.

Maar hoe ontstellend de wit dampende afgrond ook voor mij neerstortte en hoe luguber de woeste wanden, rood, als waren zij besmeerd met geronnen bloed, voor mij, uit den zich verbergenden bodem, weer opschoten, toch was zijn dreigen machteloos en liep ik zonder vrees langs den kant, want uitgeput was zijn geduchte kracht.

Voor Sëmeroe was het hoogtepunt van zijn leven voorbij; niet meer verder zal hij zich opbouwen, maar een prooi zal hij worden van zijn belagers, van den uitvretenden regen en de blakerende zon, van de verweerende lucht en den wegblazenden wind. Zijn flanken zullen dieper en dieper opengereten worden door de bergbeeken en steenblokken zullen van zijn kraterrand loslaten en door steilwandige ravijnen naar beneden storten.

De bosschen, die hij niet meer gelijk vroeger in roekelooze drift zal vernielen, zullen lang nog hem beschermen, maar onherroepelijk zal de teruggang, het verval voortschrijden.

Aeonen zal het duren, maar eindelijk zal van den trotschen reus niet meer over zijn dan enkele lage bergpunten, die naargeestig uit de vlakte op zullen steken, als de zwarte, halfvergane spanten van een wrak uit de bedelvende zanden van het strand.

Sluiten