Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

RANOE KOMBALA.

Een felle bliksemstraal reet, als een vlammende dolk, de rgenr.evels open; de donder, onmiddellijk volgend, sloeg als een hamer op ons; regenstralen gutsten ons in het gelaat.

Zoo ontving, ons de Ranoe Kombala, het vredige bergmeer!

Vredig — welk een ironie!

Druipnat vluchtten wij onder een atapje, waar we naast de dicht op elkaar gedrongen koelies neerhurkten, om wat warmte van een vuurtje op te vangen; maar de rook verjoeg ons weldra met tranende oogen.

Met moeite brachten wij eenige bibberende Tenggereezen er toe, om in den stroomende regen onzen tent op te slaan en dankbaarheid vervulde onze natte harten, toen eindelijk het beschuttende zeildoek over onze druipende hoofden golfde en de kledderige natheid, die ons in kille omarming geprest hield, verdreven kon worden, zoodat langzamerhand uit de armzaligheid der verregende wildernis het comfort van Tosari zich ontwikkelde.

Begijpelijkerwijze bleven wij dien avond veilig in de warme droogte van ons tenthuis en vergenoegd sliepen wij, bij het eentonig nachtlied der op het zeildoek vallende regendruppels, al vroeg in.

Vroeg ook was ik weer wakker en zag het maanlicht door het tentdoek heenschijnen.

Aangetrokken door dat schijnsel stond ik op, hulde mij in een deken tegen de vinnige koude, die ik tot in de tent voelde doordringen, en trad uit de enge, schemerig-donkere ruimte naar buiten.

Met verbijsterende onverwachtheid opende zich opeenmaal de maanlicht -ruimte om mij henen, golfden de glanzende boschhellingen op, vloeide de gladde watervlakte uit, welfden zich groote, witte wolkenballen in de hemeldonkerte en bleven even plotseling in zwijgende roerloosheid staan, stom, wachtende op den dag.

Maar nog heerschte diepe nacht; de nacht, die vergeten is de innigheid van den avond en nog niet hoopt op het terugkeeren van het licht; de uren, die los zij van alle levensvreugde; die genomen zijn uit den

Sluiten