Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Machteloos verlangen steeg in mij op, om naar de schimmenstoet heen te snellen en uit de rij weg te leiden, hem, die henen ging, toen de klok van het noodlot zijn somberen gongslag hooren liet en dien ik nu zoo dicht bij mij zag.

Maar koud en onbewogen scheidde het donkerdiepe meerwater mij van de nevelschimmen, als de onoverbrugbare kloof, die gaapt usschen de landouwen, die het levende dragen en de velden, waar de dood heerscht.

Dat is de kloof, waarin afdaalt al wat was van de ruimtelijkheid en van de tijdelijkheid, en wat door haar lichtlooze afgronden heen is gegaan, gekomen is het in een wereld waar onze zinnen blind zijn, ons begrip niet begrijpen kan en ons denken ijdel blijkt.

Maar wij willen zien; met niet in te toornen verlangen willen wij begrijpen en voelen. En heel den langen, lichten dag en heel den stillen donkeren nacht strijdt ons denken en voelen om te dringen door de, onverbiddelijke omheining van de velden des doods, waar heen zij zijn gegaan, die wij zoo lief hadden en uit ons eigen wezen als weggescheurd zijn.

De wonde schrijnt en brandt. Maar, gewis, kennis omtrent hun lot zal de pijnlijke gloeiing verkoelen.

En als wij na de vruchtelooze kamp afgemat en ontmoedigd neerzinken, dan komt met onhoorbaren tred naar ons toe, als een zuster van barmhartigheid, de zelfbegoocheling, en legt ons de koele hand op

de brandende, starende oogen en op eenmaal zijn zij ziende

geworden.

Wat aan gene zijde der kloof ons onverstaanbaar-chaotisch toescheen, dat teekent zich nu af in de ons gemeenzame vormen en wat onbegrijpelijk tijdloos en ruimteloos was, hult zich in de bekende gewaden der tijdelijkheid en der ruimtelijkheid. Dat, waarop ons gevoel afstuitte en wat door ons gemoed niet omvademd kon worden, nu vlijt het zich in onze armen, die te voren in vruchteloos verlangen zich uitstrekten.

Zoo gaf de zelfbegoocheling, vol eindeloos mededoogen, aan allen, die om dooden treuren, met de balsem der herinnering, de rust.

Sluiten