Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORDRACHT I.

INLEIDING.

DE HISTORISCHE ONTWIKKELING VAN HET BEGRIP: WIJSBEGEERTE.

G. A. Uwe tegenwoordigheid verblijdt mij. Immers getuigt zij van belangstelling in de aangelegenheden van wijsbegeerte, waarbij ik in deze en de volgende voordrachten Uwe aandacht wensch te bepalen. Ten einde aan die belangstelling de gewenschte richting te geven, acht ik het niet ondienstig, U, bij wijze van inleiding, nader in te lichten omtrent den aard der te behandelen stof en U in groote lijnen het werkprogram te schetsen, dat mij voor den geest staat.

Van meer dan ééne zijde werd ik in den loop der laatstverloopen maanden voor de vraag geplaatst, of ik bereid ware mij beschikuaai „e stellen voor de bespreking van vraagstukken en verschijnselen van geestelijken aard, die, hoewel buiten het eigenlijk gebied van de vakstudie van onderwijzers gelegen, geacht konden worden binnen de sfeer hunner belangstelling te liggen en waarvan de behandeling zou kunnen bijdragen tot verbreeding, vooral ook tot verdieping, van hun denken. De tot mij gerichte vraag getuigde van eene sterk zich openbarende behoefte aan vermeerdering van kennis, verruiming van blik, verheldering van inzicht. Bij nadere bespreking met eenigen uit uw midden van hetgeen dienaangaande werd gewenscht, verwacht of begeerd, werd het mij duidelijk, dat men niet wenschte te blijven bij de oppervlakkigheid, waardoor over het algemeen de kennis, ook der „intellectueel ontwikkelden", maar al te veel gekenmerkt is. Velen plegen zich bezig te houden met litteratuur, historie, paedagogiek, en wat dies meer zij, en doen

Jansen. Geschiedenis der Wijsbegeerte. I

Sluiten