Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De geschiedenis der wijsbegeerte leert ons de groote denkers kennen; zij leidt ons de geestelijke werkplaats binnen, waar zij onverdroten en onvermoeid bezig zijn met de hanteering van het denkgereedschap, dat hun de gewichtigste diensten bewijst bij het verwerken van het tot hunne beschikking zijnde kennismateriaal. Wij zijn getuigen van hun worstelen met problemen, van welker bestaan de oppervlakkige mensch zelfs niet het geringste vermoeden heeft; wij zien hen vaak dwalen en mistasten, maar toch ook menige vondst doen van blijvende waarde; menigmaal slagen in eene ontdekking, die van zooveel beteekenis blijkt, dat zij anderen een bruikbaar spoor voor verder onderzoek biedt. En al moeten wij zeer behoedzaam zijn, wat betreft het aanvaarden van wat ons door anderen, ook door de uitnemendsten, wordt voorgedacht, — het kan ons voor het minst voortreffelijke diensten bewijzen, wanneer het er ons om te doen is, voormalige cultuurtoestanden of geestelijke producten uit vroeger eeuwen naar behooren te begrijpen en te waardeeren. Menig gedicht van Hooft zullen wij beter verstaan, naarmate wij dieper zijn doorgedrongen in de wijsbegeerte der groote vertegenwoordigers van de Italiaansche Renaissance. De geschriften van Wolf en Deken zijn in hun strekking niet te begrijpen, zonder bekendheid met de wijsgeerige denkbeelden van Rousseau en Voltaire, menig gedicht van Bilderdijk dient te worden gesteld onder de belichting van het wijsgeerig stelsel, waar tegenover het positie neemt; Kinker is bezwaarlijk te begrijpen zonder Kant en Fichte en een symbolisch drama als Van Eeden's: „De Broeders" vereischt bekendheid met meer dan één philosofisch of theosofisch stelsel. Inzonderheid is wijsgeerige voorstudie onmisbaar om de groote dichters te begrijpen van dat volk onder de WestEuropeesche natiën, dat meer dan eenig ander tot de ontwikkeling der moderne wijsbegeerte heeft bijgedragen. Veel van hetgeen Lessing en Goethe, Schiller en Hebbel gedicht en geschreven hebben, blijft zonder die voorstudie volstrekt onverstaanbaar. En wie zal eene geestelijke beweging als de Reformatie kunnen begrijpen en waardeeren, tenzij hij wete wat voor denker Augustinus was?

i *

Sluiten