Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doch louter alleen ter wille van het weten zelf. Die „weetgierigheid", die zuivere lust tot weten, heeft zich het eerst bij de Grieken geopenbaard en daardoor zijn zij de scheppers der wetenschap geworden.

Bij de volkeren van het Oosten waren godsdienst, kunst en wetenschap nog niet gescheiden; verkeerde alles nog in een toestand van phantastische verneveling. Aan de spits der Westersche wereld tredende, beginnen de Grieken te scheiden en te schiften, wat tot nog toe ongedeeld was en wetenschap wordt iets, dat niet langer met godsdienst en kunst is doormengd, doch op zich zelf staat en zelfstandig beoefend wordt. Voor den voornaamsten arbeid, dien de cultuurmensch heeft te verrichten, voeren de Grieken eene doelmatige arbeidsverdeeling in. Aldus wordt de geschiedenis der Grieksche philosophie de geboorte-geschiedenis der menschelijke wetenschap.

Die Grieksche wetenschap omvat alles, wat voorwerp van weten kan worden of schijnt te kunnen worden. De wetenschap, zelve nog ongedeeld, reikt evenver als de menschelijke gedachte gaat; zij omspant het gansche heelal. De methode van waarneming is nog naief en onbeholpen; de pas zelfstandig geworden drift tot weten openbaart zich nog op kinderlijke wijze en lost in jeugdigen overmoed de geweldigste problemen op, zonder de diepte ervan te peilen. De geestélijke horizont is nog zoo eng, het beschikbare materiaal nog zoo gering van omvang, dat . één denkend brein het zonder bezwaar in zich kan opnemen en verwerken. Die ongedeelde wetenschap, voor welke niet minder dan het heelal het object is, zij is bij de Grieken de „philosophie."

Maar het eenmaal begonnen differentiëeringsproces laat zich niet stuiten; het zet zich voort. Het kennismateriaal neemt gaandeweg in omvang toe en de ordenende geest ziet zich wel genoodzaakt, dat materiaal af te deelen in onderscheiden groepen, die elke hare eigen wijze van behandeling eischen. Uit de ééne, ongedeelde „philosophie" ontstaan als het ware verschillende „philosophieën", die elke voor zich reeds beslag leggen op den levensarbeid van één enkel denker. Het tijdperk van de speciale wetenschappen vangt aan, — en de philosophie zelve dreigt daarmede te verdwijnen.

Sluiten