Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch wat dreigt te gebeuren, gebeurt inderdaad niet. De philosophie blijft voortbestaan, doch als de wetenschap van het algemeene, als de wetenschap, die grondslag en fundament van alle bijzondere wetenschappen is. De geweldige, systematiseerende geest van Aristoteles ontwerpt naast wat vroeger philosophie heette, eene „eerste philosophie", eene grondleggende wetenschap, die welhaast „metaphysica" wordt genoemd en over den diepsten samenhang der dingen handelt. Alle. bij de behandeling der afzonderlijke wetenschappen zich voordoende grondbegrippen worden door die grondleggende wetenschap tot één systeem van fundamenteele begrippen, van eerste en opperste waarheden, verwerkt. Deze metaphysica wordt de hoeksteen van heel het wetenschappelijk denkgebouw; zij wordt de wetenschap bij uitnemendheid, de wijsbegeerte in engeren, tevens hoogeren zin.

Doch de schepping van Aristoteles viel samen met de Grieksche décadence. Griekenland ging onder in het Hellenisme, en dit laatste op zijne beurt in het Romeinsche wereldrijk. Voor de universeele beschaving van dat rijk bleef de Grieksche wetenschap van het hoogste gewicht. Hoe belangrijk haar invloed echter ook was, zij vervulde een ondergeschikte rol en moest zich voegen naar de leiding, die van de opperste wereldmacht uitging.

Voor die wereldmacht moest alles wijken en bukken. Het nationale leven met zijn bijzondere, locale belangen trad op den achtergrond, en een internationaal mechanisme van reusachtigen omvang werd in elkaar gezet, waarin voor de afzonderlijke volken geen vrijheid van beweging meer was en waarin de individuen voor niet meer telden dan ter nauwernood waarneembare atomen. In het alles omvattende wereldrijk werd de wedstrijd tusschen standen en partijen zoo scherp op de spits gedreven en werd de enkeling dermate in het gedrang gebracht, dat hij er op bedacht moest zijn, zich een eigen'bescheiden plekje te veroveren, met zooveel aandeel in geluk en tevredenheid, als er voor hem uit de algemeene verwarring en verwildering te redden viel. Gansche volken werden vernietigd; machtige rijken werden verpletterd en het stille heiligdom der persoonlijkheid scheen wel het eenige toevluchtsoord voor waar geluk

Sluiten