Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene genetische verklaring te geven, gaat geheel en al op in de leer der wetten, die de ontwikkeling van het leven des geestes beheerschen en wordt derhalve ten deele psychologie, ten deele^ cultuurgeschiedenis.

Zoo was dan ook de wijsbegeerte, die aan Kant onmiddellijk voorafging. Zij bestond in de aanwending van het begrip: wetenschap op kundigheden, die op het gebied van zielkunde en volkenkunde waren opgedaan. Wat aldus op zielkundige of volkenkundige gronden aannemelijk was gemaakt, dat werd daarmede geacht zijne wijgeerige sanctie te hebben verkregen.

Nu valt echter gemakkelijk in te zien, dat eene wijsbegeerte, die niets meer kan en wil zijn dan „theorie der wetenschap," niet bij machte is hare taak tot een bevredigend einde te brengen. Zij vermag namelijk wel op cultuurhistorische en psychologische gronden aan te toonen, welke voorstellingen en voorstellingsverbindingen feitelijk wetenschappelijke geldigheid hebben verworven; doch zij vermag niet te bewijzen, op welke gronden dit voor wetenschappelijk gehouden gedachtenmateriaal behoort te worden erkend, als hebbende wetenschappelijke waarde, als zijnde echte, volstrekt betrouwbare kennis.

Een tweeledige vraag kwam aan de orde, welker beantwoording niet te ontwijken was. Namelijk deze: Qop welke gronden behoort aan de door de wetenschap bijeengegaarde kennis eene volstrekte waarde te worden toegekend; eene waarde, die dus niet afhankelijk is, van de wijze, waarop die kennis is verkregen?; ea^3: hoe behoort de wetenschappelijke onderzoeker te werk te gaan, opdat de kennis, die hij vergadert, volstrekte waarde zal hebben, een waarde, die onafhankelijk is van toevallige omstandigheden; m. a. w. hoe moet de wetenschappelijke onderzoeker zijne methode inrichten om waarheid te vinden?

Het spreekt van zelf, dat de eerste vraag niet wordt beantwoord door aan te toonen, volgens welke natuurwetten bij individuën en volken de begrippen en oordeelen tot stand komen, die men als elementen van wetenschap laat gelden. Want wetmatigheid, natuur-

2 *

Sluiten