Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noodwendigheid vertoont zich bij de vorming van alle voorstellingen, begrippen en oordeelen. Hij, die zich verkeerde voorstellingen vormt,, daaruit onjuiste of onklare begrippen afleidt en ten slotte daaruit nog weer onlogische gevolgtrekkingen maakt, zijn denken verloopt naar dezelfde zielkundige wetten als dat van den schrandersten wijsgeer. De wetten, waarlangs het denken verloopt, hebben letterlijk niets te maken met het waarheidsgehalte van de verkregen denkproducten. Of men van meening is, dat onze kennis op ervaring berust, dan wel op de aanwezigheid in de ziel van aangeboren begrippen, dat beslist niets omtrent de wetenschappelijke waarde van die kennis, omtrent het waarheidsgehalte, dat haar behoort te worden toegekend.

De onvergelijkelijk groote verdienste van Kant bestaat nu hierin, dat juist hij heeft leeren inzien, dat het waarheidsgehalte eener voorstelling hoegenaamd niets te maken heeft met het natuurlijk proces, waarlangs hare bewustwording heeft plaats gehad. Het psychisch voorstellingsverloop heeft minstens evenveel kans om tot dwaling als tot waarheid te leiden, zoowel bij enkelen als bij velen. Wat waarheid is, kan niet bij meerderheid van stemmen worden uitgemaakt.

Ook Kant verstaat onder wijsbegeerte: theorie der kennis; maar voor hem is zij niet, wat zij voor de meesten zijner tijdgenooten was: eene genetisch-psychologische theorie. Voor hem is zij een critisch onderzoek. De voorstellingen, de psychische bewustzijnsmomenten, komen en gaan en volgens welke wetten dat verloop geschiedt, moge de zielkunde uitmaken. De begrippen, de begrippenconstructies, de wereldbeschouwingen, hebben hunne wordingsgeschiedenis en hun historisch verloop; daaromtrent kan de cultuurgeschiedenis opheldering verschaffen. Maar de wijsbegeerte heeft een andere taak; zij onderzoekt, welk waarheidsgehalte aan die psychische producten behoort te worden toegekend. Kant tracht den toetssteen te ontdekken, die een betrouwbaar middel kan zijn om het zuivere goud der waarheid van al wat dwaling is te onderscheiden.

Kants wijsgeerige theorie heeft derhalve een critisch, normatief karakter.

Maar die theorie wordt niet alleen toegepast op het gebied van het

Sluiten