Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op als een beslist tegenstander der democratische partij. Een tijdelijke tyrannen-heerschappij hielp hij omverwerpen; den voornamelijk door de democraten voorbereiden opstand tegen Perzië, dien hij als een volstrekt vruchtelooze onderneming beschouwde, trachtte hij te voorkomen. Uitwendig eerbetoon bekoorde hem niet; zijn priesterambt legde hij neer, en aan een uitnoodiging van koning Darius om naar diens hof te komen weigerde hij gevolg te geven.

Wars van de politiek trok hij zich in de eenzaamheid van den Artemistempel terug en, het liefst alleen met kinderen zich bemoeiend, wijdde hij daar al zijn tijd aan diepzinnige overpeinzingen.

Het geschrift, waarin hij de uitkomsten van zijn denken te boek stelde, en dat hij, volgens de overlevering, ter bewaring aan het heiligdom toevertrouwde, bezorgde hem den bijnaam van „den duistere^. Op de menigte der „velen", die geen eigen gedachten denken, op hunne „veelweterij, die den geest niet vormt", zag hij met aristocratische minachting neer. Wegens den geest van trotsche, sombere menschenverachting, die zijne uitspraken kenmerkt, stond hij, in tegenstelling met Demokritus, dien wij weldra nader zullen leeren kennen, bekend als de „schreiende philosoof."

Heraklitus maakt ernst met de Delphische spreuk: „Ken u zeiven!" — Zijn eigen ik is het uitganspunt van zijn denken; niet aan anderen wil hij zijn wijsheid ontleenen, maar door eigen nadenken, door „zich zelf te vragen" wil hij tot inzicht in de waarheid komen.

Met grimmig sarcasme gaat hij te keer tegen de nationale dichters, zooals Homerus, Hesiodus, Archilochus, als tegen blinde leidslieden der blinden. Ook de tot nog toe verkregen uitkomsten van het historisch-geografisch en van het natuurwetenschappelijk onderzoek hebben voor hem geen waarde en evenmin het practisch onderwijs in de rhetorica. Totaal waardeloos en onbruikbaar om tot wijsheid te komen acht bij den openbaren eeredienst met zijne beeldenvereering, processies en offers, en hij toornt tegen de ekstatische orgieën van de Orphische mystieken. Toch is het niet de godsdienst zelf, dien hij verwerpt, maar de vormen, waarin die godsdienst zich -openbaart. Want Heraklitus is voorwaar geen koude

Sluiten