Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die de dichters leeren veroordeeld. En wat de waarde der poëtischreligieuse godsvoorstellingen betreft, bedenke men, dat als runderen, paarden en leeuwen schilderen konden, zij goden zouden afbeelden, die op runderen, paarden en leeuwen geleken, en derhalve hun eigen beeld en maaksel vertoonden. En hoe luidt nu zijn credo?

„Eén God is onder goden en menschen de grootste;

In gedaante noch denken op sterflijke menschen gelijkend;

In zijn wezen gansch oog, gansch oor en gansch ook gedachte.

Nimmer of nooit zich verplaatsend en eeuwig in ruste verkeerend,

Brengt zijn almachtige wil zonder moeite 't heelal in beweging."

Wanneer men Xenophanes met Heraklitus vergelijkt, treft ons, in weerwil van sommige scherpe tegenstellingen, toch de overeenkomst in de hoofdzaak. Beiden gaan zeer verschillende wegen, maar bereiken toch een zelfde doel. Heraklitus zondert zich af van de menschen, verwerpt alle contact met hen, alle overgeleverd weten, ook in den vorm van wetenschappelijke kennis en verlaat zich alleen op zijn intuïtie, op hetgeen een god hem wil openbaren. En als in een toestand van helderziendheid aanschouwt hij op den bodem aller dingen het eeuwig worden en zijn regelmaat. Xenophanes leidt een veelbewogen leven vol onrust en strijd; hij ontwijkt de menschen niet, maar zoekt ze op. Hij veracht de kennis niet, maar verzamelt ze. En ten slotte vindt hij berusting in de slotsom, dat God het een en het al is, en dat die eenheid Gods in beteekenis alle menschelijke kennis te boven gaat.

„Nooit nog leefde een mensch of zullen menschen ooit leven,

Die van de goden en alles, waarvan ik thans spreke,

Waarheid konden vermelden; en hij die daarover

't Allervolmaaktste verkondde, zou zelf niet vermoeden,

Dat hij de waarheid sprak; want bij menschen bestaat, slechts de meening."

In hetzelfde Elea, waar Xenophanes zijn laatste levensjaren doorbracht, werd ± 520 v. C. (anderen noemen 544) Parmenides geboren. Aanzienlijk van geboorte en rijk, leidde hij in zijn jeugd, evenals Franciscus van Assisi, een leven van weelde en egoistisch

Sluiten