Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORDRACHT III.

DE VÓÓR-SOKRATISCHE WIJSGEEREN. (vervolg).

Ik noodig U thans uit kennis te maken met de wijsgeerige richting, die naar Pythagoras wordt genoemd. Hij werd ongeveer 580 v. C. geboren te Samos, deed verre reizen, die hem o.a. naar Egypte voerden; maar toen hij, teruggekeerd, zijn vaderstad gebukt zag onder de tyrannenheerschappij van Polykrates, was hem dat te veel en hij week in 530 uit naar Kroton in Zuid-Italië, waar hij de Pythagoreïsche gemeente stichtte. Zelf heeft hij niets geschreven; wat hij leerde, werd van mond tot mond overgeleverd om in de zielen der menschen voort te leven. Wat in later eeuwen omtrent hem werd verhaald, mist alle historische betrouwbaarheid; maar het feit, dat om zijn persoon zulk een stralenkrans van sagen en wonderverhalen werd gevlochten, bewijst hoe buitengewoon groot en krachtig de persoonlijkheid moet geweest zijn, die men zulke buitengewone eigenschappen, toedichtte. Zoo als Pythagoras in de herinnering van het nageslacht voortleefde, vertoont hij eer het beeld van een profeet en godsman dan van een wijsgeer. Hij was, zoo luidt de legende, de zoon van Apollos, ja Apollos zelf in menschengedaante, te weten de Hyperboreïsche zonnegod, de god van de zon des noordelijken hemels, van de zon, die haar licht werpt over de ijsvelden, niet de zonnegod van het heete zuiden, die met zijn vurige, giftige pijlen soms dood en verderf onder de menschen brengt. Somwijlen, zoo werd van Pythagoras verhaald, straalde van zijn lichaam een hemelsche glans uit en aan de vertrouwdsten onder zijne jongeren vertoonde hij een ontbloote heup van blinkend goud. Men wist te vertellen van zijn aan het

Sluiten