Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft moet hij herwinnen. Zijn ethische taak bestaat daarin, dat hij in zijn persoon en in zijn leven de harmonie moet herstellen, opdat hij zelf weer muziek en harmonie worde. Pythagoras laat de physica varen en wendt zich tot de ethica; hij is de eerste denker, die zich „philosoof" noemt; hij wil geen wijze zijn, maar: vriend van de wijsheid en die liefde tot wijsheid behoort zich in een reinen levenswandel te openbaren.

Het is ons niet in bijzonderheden nauwkeurig bekend, hoe Pytharogas zijn zedenleer op de leer der getallen heeft opgebouwd,' en in hoeverre hij er in geslaagd is, de deugden, die hij eischte, tot een harmonisch geheel van zedelijkheid te ordenen. Omtrent de gerechtigheid vernemen wij, dat zij het product van twee gelijke factoren, dus een kwadraat is, omdat zij daarin bestaat, dat men gelijk met gelijk vergeldt. In ieder geval eischte Pythagoras, dat het leven zou besteed worden in practische deugdbeoefening; hij heeft niet alleen leerlingen gehad, die zijne denkbeelden theoretisch nader hebben uitgewerkt, maar ook discipelen, en apostelen, die gemeenten hebben gesticht en krachtig in de practijk des levens hebben ingegrepen. Het zijn in hoofdzaak strenge, Dorische gedachten en levensregelen, waarmede Pythagoras de lichtzinnige, weelderige levensopvatting der Ioniërs in beter spoor heeft trachten te leiden, en zijne jongeren nemen elementen, aan de Orphischej geheimleer ontleend, ja zelfs de leer der zielsverhuizing en diei van het eeuwig wederkeeren aller dingen in' het Pythagoreïsche stelsel op. Doch juist dit practisch, reformatorisch karakter zijner philosophie wordt voor hem en de zijnen noodlottig. De tyrannie van Polykrates, die zich in Samos, Pythagoras' geboorteland, van de alleenheerschappij meester maakte, was niet harmonisch in Pythagoreïschen zin. Daarom wijkt Pythagoras uit naar Kroton. waar hij tegen het einde der zesde eeuw v. Chr. de stichter wordt van een wijsgeerige school, beter gezegd: van een godsdienstig-^ wijsgeerige orde, welker leden de harmonieleer des heèlals van den meester in de practijk van een streng-zedelijk leven trachten toe te passen en te verwerkelijken. Maar die Pythagoreïsche congregaties,

Jansen. Geschiedenis der Wijsbegeerte.

Sluiten