Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

samenwerking of samenbotsing van die werkelijkheidselementen te voorschijn zal treden. Daarom tracht hij elke kracht, elke beweging te meten, d.i. in getal te brengen en zoekt hij voor elke chemische verbinding een formule, d. i. is een getal. Pythagoras, die het beroemde theorema vond, dat naar hem is genoemd, heeft de groote beteekenis van de wiskunde voor de natuurwetenschappen met grooten nadruk naar voren gebracht.

Ik merkte zoo even op, dat de moderne natuuronderzoeker tevreden is, wanneer hij voor een verschijnsel of voor een groep van verschijnselen de formule, d. i. het getal, heeft gevonden.

Maar diezelfde natuuronderzoeker zal niet mogen beweren, dat met en in dat getal hem het wezen der dingen geopenbaard is. Want dat getal zelf is steeds de uitkomst van een meting, dus de uitdrukking van een verhouding, en de maat en hetgeen gemeten wördt zijn grootheden van dezelfde soort, zoodat lengte met lengte, ruimte met ruimte, tijd met tijd, beweging met beweging, kracht met kracht gemeten wordt. Heb ik nu telkens dat getal gevonden, dan zegt mij dat getal nog niets ter wereld aangaande het eigenlijk wezen van de ruimte en van den tijd, van de beweging en van de kracht.

Dit laatste nu heeft Pythagoras niet ingezien, toen hij beweerde, dat het getal het wezen der dingen uitmaakte. Met die bewering trachtte hij een vermetelen, doch vergeefschen sprong te doen over een peilloozen afgrond. Hij moet er toe gekomen zijn dien sprong te wagen, doordat het Grieksche denken, steeds op veraanschouwelijking uit, geneigd was, het getal en de ruimtelijke uitgebreidheid, waarvan het een symbool waS, voor één en hetzelfde te houden en derhalve zich van het getal eene ruimtelijke voorstelling te maken. Evenmin wist dat Grieksche denken, met zijne tendenz naar aanschouwelijkheid, de ruimte en de materie^ welke die ruimte bevatte, streng uit elkaar te houden. Aldus werd getal vereenzelvigd met ruimtelijkheid en ruimtelijkheid met stoffelijkheid en werd het stoffelijke ding, de materieële werkelijkheid en het daarmede correspondeerde getal voor het bewustzijn van den Griekschen denker tot één.

4*

Sluiten