Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waaronder de dichter Euripides. Doch dit geluk was niet van blijvenden duur. Toen de inhoud van zijn geschift: „Over de natuur" in wijder kringen bekend werd, moest hij ondervinden, dat het volk van Athene den natuuronderzoeker en astronoom niet langer in zijn midden wenschte te dulden. Anaxagoras wordt in den val van Perikles meegesleept; in 432 had de orakelpriester Diopeithes er in de ecclesia een wet weten door te krijgen, volgens welke „dezulken voor de rechtbank zouden behooren gedaagd te worden, die het gezag van den godsdienst ondermijnden en astronomische leeringen verspreidden" en krachtens deze wet werd Anaxagoras aangeklaagd en veroordeeld. Toen deelnemende vrienden hem wilden beklagen, wees hij hun medehjden af met de fiere woorden : „de natuur heeft reeds lang tusschen mij en mijne aanklagers uitspraak gedaan." Hetzij vóór, hetzij na de rechterlijke uitspraak begaf hij zich naar Lampsakos, waar hij als kinderlooze grijsaard twee jaren later stierf. In zijn testament had hij bepaald, dat telken jare in de maand van zijn afsterven een kinderfeest moest plaats hebben.

In de wijsbegeerte van Anaxagoras valt een gelukkig evenwicht op te merken tusschen inductie en speculatie. Met de Eleaten is hij overtuigd, dat de zintuiglijke waarneming niet bij machte is om ons de natuur in haar innerlijkst wezen te leeren kennen; maar tevens weet hij, dat de menschelijke rede alleen niet in staat is om ons het heelal in al zijn grootheid te doen omvatten. Daarom heeft hij steeds een geopend oog voor de waarneming der natuurverschijnselen en zijn denken gaat steeds van de aanschouwing uit. Als er in 467 bij Aigospotamoi een meteoor naar beneden komt vallen en de bijgeloovige landlieden aan dat gesteente goddelijke eer bewijzen, leidt hij uit een door hem ingesteld onderzoek naar den aard van dien meteoor af, dat de hemellichamen moeten zijn saamgesteld uit dezelfde stoffen als onze aarde en dat dus de zon een gloeiende steenmassa moet zijn; ja hij waagt zelfs de onderstelling, dat de andere gesternten ook wel bewoond kunnen wezen. Dat zij niet naar beneden vallen, schrijft hij toe aan de werking eener centrifugale kracht. Hij ziet in, dat de maan haar

Sluiten