Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

licht van de zon ontvangt en geeft een natuurlijke verklaring van de zonsverduisteringen. Omtrent den vorm der aarde huldigt hij nog de verkeerde voorstelling van Anaximander, die zich onze planeet als een reusachtigen cylinder dacht; maar de periodieke Nijloverstroomingen verklaart hij, alleszins juist, uit het smelten van de sneeuw op de bergen van Aethiopië. De voorrang van den mensch boven de dieren blijkt hem uit de inrichting van de hand, waarvan alleen redelijke wezens zich weten te bedienen, en zelfs zijne origineelste, belangwekkendste hypothese, namelijk dat de geest, de voïu;, het beginsel is, dat het heelal in beweging zet, leidt hij af uit het ervaringsfeit, dat de leden van het menschenlichaam de bevelen ten uitvoer brengen, die de menschengeest hun voorschrijft.

Anaxagoras ontkent met Parmenides en Empedokles een absoluut worden; evenals laatstgenoemde neemt hij een gestadig zich verbinden en zich oplossen aan. Maar in plaats van een beperkt aantal élementen onderstelt hij de aanwezigheid in het heelal van een oneindig aantal kiemen of zaden. In elke daarvan, — want de materie is éénl — zijn alle stoffen gemengd; doch eene daarvan heeft het overwicht en maakt dan de qualitatieve eigenschap van de kiem uit. Aanvankelijk maakten al die kiemen of zaden, — Aristoteles noemt ze later „Homoeomerieën" d.i. „gelijkdeelige grondstoffen" — één reusachtige chaotisch mengsel uit. Toen kwam de geest, de rede, de voü<;t en veroorzaakte op één punt van dien chaos een cirkelbeweging, die, eenmaal begonnen, steeds grooter afmetingen aannam en eindelijk alle „Homoeomerieën" bereikte. Terwijl Empedokles de verbinding en scheiding der elementen aan twee krachten, aantrekking en afstooting, toeschrijft, die hij de symbolische namen : „liefde" en „haat" geeft, is volgens Anaxagoras, de kracht die het heelal in beweging zet, de rede, de geest, die alle dingen ordent, zich met geen hunner vermengt, maar als de fijnste en reinste essentie in onderscheiden mate in alle organismen woont. De oorsprong des heelals is geen toeval of noodlot, maar de redelijk-denkende geest. Daarom behoort ook de menschenwereld. de maatschappij, de staat aan beginselen van redelijkheid onderworpen te zijn. Het heelal

Sluiten