Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stoot geven, waardoor de chaos in beweging komt; al het verdere is mechanisch gevolg van dien stoot. Anaxagoras heeft slechts een aanloop genomen naar een teleologische, d. i. doelstellende wereldbeschouwing; maar hij heeft die niet doorgevoerd. Hij wilde het wereldproces zooveel mogelijk mechanisch verklaren; daarom vermeed hij elk ingrijpen van een macht van buiten in het mechanisch natuurverloop en beperkt de taak van den i>oD« tot het doen ontstaan van de eerste beweging en tot de bezieling der organische wezens. Toch heeft hij den grondslag gelegd voor een wijsgeerig theïsme en eene teleologische wereldbeschouwing.

In weerwil van dit zijn godsgeloof is Anaxagoras tot het type van den „goddeloozen natuuronderzoeker" geworden, die de tooverij afkeurde, zon, maan en regenboog niet voor goddelijke wezens hield en de ondeugende opmerking durfde maken, dat de bliksemslingerende Zeus zich wel eens vergiste, wanneer hij de schuldige boosdoeners spaarde en onschuldige menschen, ja zelfs de tempels der goden, met zijn blinsemflitsen trof. Het baatte hem daarbij weinig, of hij Zeus met zijn voüq identificeerde, Athene als de personificatie der kunst aanduidde en in de mythologie van Homerus een ethische beteekenis trachtte te leggen. Hij werd het eerste slachtoffer van een kettergericht.

Een denker als Anaxagoras behoort, zooals van zelf spreekt, beoordeeld te worden in verband met zijn tijd en zijn omgeving. Eerst dan kan hij op zijn rechte waarde worden geschat. Doen wij aldus, dan treft het ons, dat hij de eerste is geweest, dje^zij het dan ook op onbeholpen wijze, den geest heeft geponeerd als wereldbeginsel en dat het sedert dien, nimmer op den duur is gelukt, deprioriteit van den geest weg te philosofeeren. Het materialisme moge somtijds het menschelijk denken hebben overheerscht; maar zijn overwinningen zijn steeds Pyrrhus-overwinningen gebleken. Met dat poneeren van den geest als wereldprinciep is Anaxagoras tevens de eerste geweest, die het probleem van de doelmatigheid heeft gesteld, zonder echter van dat probleem een bevredigende verklaring te geven. Wij zullen dat probleem nog vaak ontmoeten.

Sluiten