Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verlaten, treedt de dood in en eindigt het individueele bestaan. Tusschen mensch en dier bestaat slechts een gradueel verschil.

Evenals Xenophanes tracht Demokritus voor den godsdienst eene psychologische verklaring te vinden. De godsdienstige voorstellingen, zoo meent hij, hebben hun oorsprong in de angst van den primitieven mensch voor schrikwekkende natuurverschijnselen, zooals onweer, zons- en maansverduisteringen en dergelijke. De Olympische goden zijn voor hem dan ook geen werkelijkheid; zij hebben slechts symbolische, mythische beteekenis. Aan een leven hiernamaals in den somberen Hades gelooft hij niet; hoofddoel van zijn wijsbegeerte is: het leven der menschen te verlossen van ' angst en bedruktheid en bovenal van de vrees voor den dood, die alleen door het geloof aan mythen en fabelen veroorzaakt wordt. Niet in het gebed, maar in eigen arbeid moet de mensch kracht zoeken tegen de bezwaren des levens. Verstandig zijn en rechtvaardig handelen is de beste godsdienst.

Maar al geldt Demokritus voor een consequent bestrijder van afie bijgeloof, toch sluit hij een zeer eigenaardig compromis met het godsdienstig volksgeloof zijner dagen. Evenals van de dingen, zoo beweert hij, vormen de menschen zich subjectieve voorstellingen van de goden, die wel vergankelijk zijn, maar toch geluk kunnen aanbrengen of schade en onheil stichten. Zonder twijfel heeft Demokritus met deze bewering de daemonologie helpen voorbereiden, die in den Griekschen natijd zooveel kwaad heeft gedaan. Het alom verspreid geloof aan goede en kwade geesten en aan hun invloed op het menschenlot kon zich later op hem als op eene autoriteit beroepen.

Hoogst merkwaardig is, dat de grondlegger van het materialisme tevens de grondlegger werd van de wijsgeerige ethiek, ja, dat die ethiek zelfs het einddoel was van heel zijn philosophie. Vóór hem worden uitspraken, de zedenleer aangaande, slechts aangetroffen bij de dichters, in de korte kernspreuken der beroemde zeven wijzen, bij de orphisch-pythagoreïsche gemeenten en bij Empedokles. De ascetisch getinte ethiek van Pythagoras en Empedokles beschouwde

Sluiten