Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meerdering van de grootheid van den éénen, alles omvattenden staat. Om de groote Pan-Athenaische nationale feesten waardiglijk te kunnen vieren, en de staatskas in eene haar waardige woning op te kunnen bergen, wordt het Parthenon gebouwd en Phidias en Polyktetus scheppen hunne eenig schoone beeldhouwwerken, aldus de Atheensche democratie in plastische vormen belichamende. Het beroemde Zeusbeeld van Phidias is eene verzinnelijking van den Atheenschen demos, die, in kracht en hoogheid gezeten, zegen en geluk over de stad verspreidt en de gebeden zijner vrome vereerders genadig verhoort. De groote tragici, een Aeschylus, een Sophokles, een Euripides, zij schiepen hunne onsterfelijke werken, voor een nationaal theater, dat zijn ongekenden bloei te danken had aan de levendige belangstelling van het geheele volk, dat geen tweedracht meer kende en niemands slaaf of onderdaan begeerde te zijn. De Orestie van Aeschylus is gedicht tot verheerlijking van dat Atheensche volk, dat de macht heeft in hemel en op aarde, en zelfs den vloek vermag op te heffen, die op den moedermoorder rust. Voor de uitspraak van de Atheensche volksvergadering buigen zich de Erynniën, de schikgodinnen; zij zeiven worden vermenschelijkt door de macht van menschelijkheid, die zich in den demos openbaart. En het vuur, dat Prometheus den hemel ontrukt om het op de aarde aan de sterfelijke menschen te brengen, wat is het anders dan de foö$ van Anaxagoras, de geest van vrijheid en eenheid, die zijn verkondiger de bitterste smarten bezorgt, maar hem tevens moed schenkt om te dragen en op verlossing te hopen? Is Sophokles' Antigone niet een pleitrede voor de redelijkheid tegenover de onredelijkheid van een verouderd gewoonterecht en verstout Euripides zich niet te zeggen: „Als de goden het kwade doen, dan zijn het geen goden 1"

De groote tragici verheerlijkten den geest der Atheensche democratie ; de geschiedenis dier democratie zelve werd een grootsch tragisch drama, een worsteling, van den demos met zijn eigen noodlot. Want het oude aristocratische staatsbegrip was wel tijdelijk ter zijde gesteld, maar niet voor goed. De aristocratie, die op

Sluiten