Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

einde eene strafvervolging te ontgaan. Reizende naar Sicilië is hij waarschijnlijk onderweg gestorven. Op het genoemde geschrift werd beslag gelegd en de aanwezige exemplaren werden verbrand, een bewijs, dat de vrijheid van denken door de Atheensche democratie niet geëerbiedigd werd.

Zijn eerste geschrift vangt aan met de volgende stelling: „De maatstaf aller dingen is de mensch, zoowel aangaande de dingen, die zijn, dat zij zijn, als aangaande de dingen, die niet zijn, dat zij niet zijn". Zijn program is derhalve: een subjectieve wereldbeschouwing op sensualistischen grondslag. De mensch, te weten die of die individueele mensch, zooals hij dit of dat bepaald oogenblik geestelijk is gezind of ingericht, is de maatstaf, waaraaa de dingen en hun eigenschappen worden gemeten; een objectieve kennis bestaat niet.

„Omtrent elke zaak bestaan twee onderling tegenstrijdige opvattingen", zoo vernemen wij verder. En vervolgens: ,.De rhetorica kan de minder juiste opvatting voor de meest aannemelijke doen gelden". Het komt dus in de practijk maar aan op het talent van den redenaar, Dit scepticisme past Protagoras zelfs toe op de wiskunde, wanneer hij zegt: „De zinnelijk waarneembare lijnen zijn niet van dezelfde soort als die, waarvan de meetkundige spreekt. Er bestaat namelijk niets zinnelijk waarneembaars, dat op die manier recht of gebogen zou zijn. Want de cirkel raakt het lineaal niet maar in één punt."

Aangaande het bestaan der goden waagt Protagoras zich niet aan een beslissende uitspraak. „Van de goden", zoo zegt hij, „weet ik niets, noch dat er zulke wezens zijn, noch dat zij niet zijn. Want veel is er, dat ons verhindert dienaangaande zekerheid te erlangen; zoowel de duisterheid der zaak als de kortheid van het menschelijk leven." In dezen twijfel aangaande het bestaan der goden beseften de aanhangers van het oude geloof een ontwrichting van den volksgodsdienst. Er bestond zeker wel aanleiding om Protagoras te rekenen tot de besliste atheïsten.

Hoe kon zulk een scepticus het wagen als leeraar op te treden ?

Sluiten