Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo is men geneigd te vragen. Dit is te verklaren uit het bij uitstek practische doel, dat hij met zijn onderwijs beoogt, en bovendien uit zijn opvatting aangaande de menschelijke cultuur. Wetenschap noemt hij: „de geschiktheid om het eigen huis en den staat te besturen en de grootst mogelijke vaardigheid in het spreken en handelen."

Daartoe behoort, met het oog op de eischen, die het practische leven stelt, in de eerste plaats het onderwijs in de rhetorica en vooral in de eristica, d. w. z. de kunst om een debat door slagvaardigheid in denken en spreken in de gewenschte richting te houden. Stelselmatig leidde Protagoras dan ook zijn leerlingen op tot het debatteeren in de volksvergadering en voor de rechtbank. Doch naast deze formeele vaardigheid trachtte hij hun de noodige materiëele kennis bij te brengen. Hij vergeleek beschaafden en onbeschaafden met gezonden en zieken en zooals de geneesheer den zieke gezond tracht te maken, zoo trachtte hij onbeschaafden beschaafd te maken en aldus de menschen naar zijn opvatting te verbeteren. Zijn doel daarbij is de verstandelijke en zedelijke cultuur van het individu, waarbij hij een zekeren natuurlijken aanleg en de medewerking van den leerling onderstelt.

Maar die cultuur van het individu hangt ten nauwste samen met de cultuur der samenleving. Zijn denkbeelden daaromtrent zijn de volgende. In tegenspraak met de overgeleverde mythen van een gouden eeuw en dergelijke neemt hij aan een natuurlijke ontwikkeling der beschaving in opgaande lijn, het ontstaan van dieren en menschen uit vermenging der elementen, hun doelmatige toerusting met allerlei talenten door de natuur, de geestelijke meerderheid van den mensch boven de dieren krachtens zijn geestelijken aanleg, die zich openbaart in allerhande technische vaardigheden, in de ontwikkeling der gearticuleerde taal en der godsdienstige voorstellingen, en in de geleidelijke verdringing van-het vuistrecht door het instellen eener maatschappelijke orde, die staat genoemd wordt. Taal, godsdienst, zedelijkheid en recht, het zijn alle scheppingsgewrochten van den mensch, in den loop der geschiedenis ontstaan en uit den nood

Sluiten