Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

v. Chr. leefde en dus meer dan 100 jaar oud werd. Hij was getuige zoowel van den worstelstrijd tegen Perzië, als van den vrede van Antalkidas.

In 427 kwam hij als afgezant zijner geboortestad naar Athene om daar bijstand te verzoeken tegen het machtige Syrakuse. Zijn schitterend redenaarstalent maakte een diepen indruk en weldra zag hij zich door een grooten kring van leerlingen omgeven. Hij bereisde vervolgens Midden- en Noord-Griekenland, voornamelijk Boeothië en Thessalië, keerde waarschijnlijk in 405 naar Athene terug en bracht zijn laatste levensjaren door aan het hof van den Thessalischen tyran Jason van Pherae. Zijn lang leven schreef hij toe aan de hoogst eenvoudige levensgewoonten, die hij steeds volgde, hoewel hij met de uitoefening van zijn sophistenberoep zooveel had verdiend, dat hij voor zich te Delphi een gouden zuil kon stichten, waar hij door het houden van redevoeringen, die eene PanHelleensche strekking hadden, grooten roem had ingeoogst. „Reeds begint de slaap mij aan de zorg van zijn tweelingbroeder over te dragen", met deze woorden nam hij afscheid van een buitengewoon lang en roemrijk leven.

In Gorgias' geestelijke ontwikkeling laten zich drie tijdperken onderscheiden. Eerst wijdde hij zich, in aansluiting bij Empedokles, aan de natuur-philosophie; maar de kennismaking met de dialectica van Zeno, waarin deze een critiek op de overgeleverde kennisleer leverde, maakte hem tot volslagen scepticus en bracht hem er toe van de philosophie voor goed afscheid te nemen.

Van zijn sceptischen betoogtrant geef ik hier een staaltje:

„Er bestaat niets; en wanneer iets bestaat, dan is het voorden mensch onbegrijpelijk; maar al was het begrijpelijk, dan zou men het toch aan een ander niet kunnen meedeelen of verklaren."

Dit is de stelling van Gorgias en nu gaat hij die stelling bewijzen.

„Wanneer iets bestaat, dan is het óf het Zijnde, óf het Niet-zijnde, óf beide. Het Niet-zijnde nu bestaat niet. Want indien het Niet-zijnde bestond, dan zou het tegelijk zijn en niet zijn. Bijgevolg bestaat het Niet-zijnde niet."

Sluiten