Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beantwoordt, dan zal het Niet gedacht worden aan het Niet-zijnde beantwoorden. Dit is evenwel ongerijmd; want een Scylla en Chimara en nog veel andere dingen, die niet bestaan, worden gedacht. Het is derhalve niet het Zijnde, dat gedacht wordt."

„Zooals echter dat, wat men ziet, daarom zichtbaar genoemd wordt, omdat men het ziet, en dat, wat men hoort, daarom hoorbaar, omdat men het hoort, en wij dus het zichtbare niet ontkennen t omdat men het niet hoort, en het hoorbare niet, omdat men het niet ziet, zoo bestaat het denkbare, ook wanneer men het niet met de oogen ziet of met de ooren hoort, aangezien het met het daarvoor geschikte orgaan wordt opgenomen. Wanneer nu iemand zich een wagen denkt, die over de zee rijdt, dan moet hij, ook wanneer hij het niet ziet, gelooven, dat er wagens zijn, die op de zee rijden. Dit is echter ongerijmd. Derhalve wordt het Zijnde noch gedacht, noch begrepen."

„Maar al werd het Zijnde ook begrepen, dan zou men dat begrip toch niet aan anderen kunnen mededeelen. Want indien het Zijnde, dat buiten ons is, zichtbaar en hoorbaar en algemeen waarneembaar is, en het zichtbare ervan door den gezichtszin, en het hoorbare ervan door den gehoorzin wordt opgenomen, en niet omgekeerd, hoe kan het dan door bemiddeling van een ander orgaan worden medegedeeld ? Het orgaan van de mededeeling nu is het woord; dit is echter niet, hetgeen van iets, dat bestaat, den grondslag uitmaakt. Wij deelen derhalve aan een ander niet het Zijnde mede, maar een woord, dat in geenen deele beantwoordt aan hetgeen er aan ten grondslag ligt. En zooals nu het zichtbare niet hoorbaar gemaakt kan worden, of omgekeerd, zoo is het ook met ons woord, daar het zijnde er geheel buiten ligt. Indien echter het woord niet het een of ander Zijnde is, dan kan het Zijnde ook niet aan een ander worden medegedeeld".

Ik kan hierbij niet langer stilstaan, en moet het aan U overlaten, uit te maken, welke fouten in deze redeneering verscholen liggen, en welke bestanddeelen van waarheid zij bevat. Men kan echter uit dit citaat wel afleiden, dat het disputeeren met een denker als

Sluiten