Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

menschen en geheele staten gelukkig maakt. Even onbeslist blijft de vraag, of het zedelijk handelen behoort gemeten te worden aan de zaligheid, die in het aardsche bestaan genoten wordt, of — Sokrates gelooft aan de onsterfelijkheid der ziel! — aan die, welke ons aan gene zijde des grafs te wachten staat.

Maar Sokrates kent voor het nuttige nog een ander, namelijk een objectief criterium, dat aldus luidt: nuttig is, wat beantwoordt aan zijn doel. Goed en schoon, — beide zijn bij Sokrates één en hetzelfde, — is zelfs een mestkorf, wanneer hij doelmatig bewerkt is; slecht en leelijk is zelfs een schild van goud, wanneer het in den strijd den kampvechter niet voldoende beschermt.

In deze laatste bepaling van het nuttige, namelijk dat iets goed en nuttig is, naar gelang het aan zijn doel beantwoordt, ligt eene zeer gewichtige gevolgtrekking opgesloten, namelijk deze, dat dezelfde gezindheid of handeling, soms als goed, soms als slecht dient gewaardeerd te worden. Sokrates kent niets, dat absoluut goed zou zijn; voor hem mag iets slechts goed heeten, wanneer hij weet, waarvoor het goed is. Wanneer in den oorlog een veldheer den vijand bedriegt, dan handelt hij zedelijk, omdat hij met dat bedrog zijn doel bereikt, namelijk de eer en den roem van zijn vaderland te bevorderen; wanneer hij de uitgeputte strijders aanvuurt met de onware mededeeling, dat er hulptroepen in aantocht zijn, dan handelt hij zedelijk en goed, omdat hij met die leugen zijn doel bereikt, t. w. zijn troepen met nieuwen moed te bezielen. Evenzoo handelt een vader goed en zedelijk, wanneer hij zijn ziek kind wijsmaakt, dat het geneesmiddel, dat het kind niet wil innemen, een lekkernij is en aldus bereikt, dat de artsenij ingenomen en het kind beter wordt. Goed en slecht, nuttig en schadelijk, zijn derhalve voor Sokrates verhoudingsbegrippen.

Men zou evenwel aan Sokrates onrecht doen, wanneer men hem voorstelde als den verkondiger van een oppervlakkige, gelijkvloersche nuttigheidsmoraal. Wij hebben reeds opgemerkt, dat hij wars is van eenig afgerond stelsel; het is hem er om te doen, beginselen, die voor hem levensbeginsel zijn, in practijk te brengen en in

Sluiten