Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wel wanneer hij in het onvergelijkelijk schoone „Symposion" (Gastmaal) Eros schildert als de machtige goddelijke leidsvrouw, die de menschelijke zielen vermag op te voeren uit het lage gewest der alledaagsche zinnelijkheid naar de opperste sfeer der hoogste werkelijkheden, waar de idee der volmaakte schoonheid op hoogen zetel troont. In al zulke gevallen grijpt Plato, de dichter, naar overoude overleveringen, naar mythen en sagen, om in beeldspraak aan te duiden, wat hij niet vermag te bewijzen of te beredeneeren.

Plato is begonnen met dialogen te dichten en hij heeft dat voortgezet ten einde toe. Ook de „Politeia", dat omvangrijkste en rijpste zijner werken, is in den dialoogvorm geschreven.

Daarmede is tevens reeds gezegd, dat Plato geen vast in elkander sluitend stelsel heeft gegeven zonder naden of breuken. Hij is gegroeid met zijn gedachten, en zijn gedachten zijn gegroeid met hem. Wij zien het indrukwekkend gebouw van zijn denken steeds hooger rijzen, allengs meer zijn voltooiing naderen, al is ook niet precies uit te maken, in welke chronologische volgorde zijn geschriften behooren gelezen te worden.

Toch is Plato's ontwikkeling in groote omtrekken wel te schetsen. Aanvankelijk treedt bij hem Sokrates sterk op den voorgrond en blijft de eigenlijke Plato ons nog verborgen; maar later, — we beseffen het met toenemende duidelijkheid, —- is het Plato zelf, die door den mond van Sokrates spreekt en het waagt problemen aan te raken, die ver boven den horizont van Sokrates' betrekkelijke nuchterheid liggen.

Voor ons doel, dat eischen van beknoptheid stelt, zou het niet wel uitvoerbaar zijn, de talrijke geschriften van Plato, van wien nagenoeg alles is bewaard gebleven, het een na het ander te behandelen en te bespreken. Ons past het beter, — al blijft de onderneming betrekkelijk een waagstuk I — te trachten, ons een denkbeeld te vormen van den geheelen Plato, opdat wijdden reuzenbouw der Platonische wijsbegeerte althans eenigermateleeren overzien. In de eerste plaats nebben we dan de vraag te' beantwoorden,' wat het beteekent, dat Plato de leerling van Sokrates is geweest.

Sluiten