Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vader, Penia, de Armoede, tot moeder heeft. Door deze afstamming wordt het karakter van Eros in zijn tweeledigheid bepaald. Rijk is de liefde, in zoover zij reeds schoonheid bezit; arm, in zoover zij beseft aan de volstrekte schoonheid nog geen deel te hebben en daarom van heftig verlangen naar het bezit van volmaakter schoonheid wordt verteerd. Aldus is Eros gelukkig en rampzalig, bevredigd en onvoldaan, gezond en vol levenslust, en flets en levensmoede in één en hetzelfde oogenblik; zalig in hetgeen hij heeft veroverd, zich ten doode toe kwellend, omdat hij het hoogere en allerhoogste vooralsnog niet bezit. Het vergaat Eros als den wijsheidsminnaar, den philosoof. Zijn liefde tot de wijsheid bewijst, dat hij aanvankelijk de wijsheid heeft leeren kennen en haar deelachtig is geworden; doch die liefde geeft tevens blijk van zijn besef van onvoldaanheid, dat hem doet reikhalzen naar haar volle bezit.

De goden kennen noch liefde tot wijsheid, noch liefde tot schoonheid, want zij bezitten beide. Doch de mensch, in wien de herinnering aan de idee der schoonheid is ontwaakt, streeft in vurig verlangen naar de voldoening, die alleen haar volkomen bezit vermag te schenken, kan alleen rust vinden in het geluk, dat door de vereeniging met de volmaakte Schoonheid wordt verkregen. En wanneer hij die vereeniging heeft bereikt, strekt hij de armen zijner ziel uit naar de waarheid, die niets anders dan de van de zinnelijkheid afgewende, naar het gebied van. het onzienlijke gekeerde zijde der volmaaktheid is, om langs het steile pad der dialectiek op te stijgen van idee tot idee, van waarheid tot waarheid, totdat het Eeuwig Zijnde wordt aanschouwd, dat als ideaal van opperste Goedheid de levensrichting bepaalt, waarin de handelende mensch zich heeft voort te bewegen, om ten slotte den toestand der volmaakte zedelijkheid als eindpaal te bereiken.

Wat zal de mensch hebben te doen, die zich aan de leiding van Eros toevertrouwt ten einde zijne bestemming te bereiken?

De wgze Diotima heeft het aan Sokrates geopenbaard. Vroeg leere die mensch een schoon üchaam te beminnen; dan meerdere, daarna alle schoone lichamen in zgn liefde op te nemen. Eerst

Sluiten