Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijnde heerscht. Bij Plato is ontwikkeling mogelijk van het allerlaagste tot het allerhoogste, van het tegennatuurlijke tot het normale in geleidelijke stijging. De christelijke gedachte van dooding en kruisiging des vleesches en wedergeboorte is aan Plato volkomen vreemd.

Dit is de ons bekende, tot in onze dagen een gevleugeld woord gebleven „Platonische liefde". Het is de macht van Eros, die den mensch, verzonken in de dierlijkheid zijner tegennatuurlijke driften, bij de hand vat en hem opvoert, telkens hooger en hooger, tot zij hem ten leste het bovenhemelsche oord doet bereiken, waar de zon van het opperste Goed straalt in ongeschapen glans en het Eeuwig Zijnde heerscht in ongerepte majesteit.

Doch het is niet aan allen gegeven dit hoogste einddoel van volstrekte zaligheid te bereiken. Dit voorrecht wordt slechts aan enkelen gegund. Velen blijven in de lagere hartstochten der zinnelijkheid verstrikt; anderen, het zijn de dichters en kunstenaars, komen zoover, dat zij de idee der schoonheid duidelijk genoeg zien om haar te doen spreken uit het marmer, dat zij behouwen, uit de tempels, die zij doen verrijzen, uit de melodieën hunner liederen, uit de taal hunner gedichten. Slechts weinige uitverkorenen — het zijn de wijsgeeren — komen zoo ver, dat zij het steile pad beschrijden, dat van de Schoonheid naar de Waarheid leidt en aldus met de kennis worden gelaafd, die onmisbaar is om de Waarheid, die tevens Goedheid is, in de daad van hun leven tot werkelijkheid te maken. Zij alleen zijn dan ook geroepen om de leidslieden van menschen en volkeren te zijn.

Doch wat in dit leven niet wordt bereikt, zal wellicht bereikt worden in een volgend bestaan. Want Plato, die gelooft in eene prae-existentie der zielen, gelooft ook aan een zielsverhuizing. De menschen der zinnelijkheid, de geweldhebbers en tirannen, die in stede van hooger te stijgen, dieper zijn gezonken, zij zullen wellicht in een volgend bestaan als zielen van dieren en planten hun schuld hebben te boeten. Zij, daarentegen, in wie een streven in opwaartsche richting te bespeuren viel, zullen in een later volgend

Sluiten