Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontkend kan worden, omdat zij zich als het ware aan de menschelijke waarneming opdringt? Plato tracht op deze vragen een antwoord te geven. Al is dit antwoord niet meer dan een gewaagde poging, toch verdient het, dat wij er bij stilstaan. | Tegenover het Eeuwig Zijnde, dat is, staat de schijn die met is. Die schijn is volgens Plato niet mogelijk zonder de ruimte. De ruimte is de vorm, waarin het Niets zich aan ons openbaart. Maar die openbaringsvorm zou niet mogelijk zijn, indien niet de.ideeën zich, zij het dan ook gebrekkig en onvolkomen, in de ruimte openbaarden en iets van het Eeuwig Zijnde aan het Niets mededeelden. Ruimtelijkheid is volgens Plato louter substraat van vorm en vorm is de essentie van het materiëele. Materie is vorm, die in de ledige ruimte wordt gewekt, doordat het Eeuwig Zijnde zich in het Niets openbaart. Hierop berust de mogelijkheid van schepping; maar hierop berust zij niet zonder meer. Want hoe zou de materie deel kunnen erlangen aan de eeuwige ideeën, indien er geen schakel ware, die materie en idee verbond? Die schakel is de ziel. Het geheel der zichtbare en tastbare wereld wordt doorwoond van een wereldziel. De geheele kosmos is één.grootsch, al het geschapene omvattend organisme, het lichaam, waarin 'de wereldziel woont. In de wereldziel ontmoeten het Zijnde en de Materie elkander. Zij is, eensdeels die zijde der materie, die naar het Zijnde is toegekeerd, anderdeels die zijde van het Zijnde, die naar de materie is toegekeerd.

En de menschenziel, zij is als het ware het verkleinde tegenbeeld der wereldziel. In haar is de denkende ziel, die in het hoofd woont, de zijde, die naar het Zijnde is toegekeerd.

De zijde der ziel, die naar de materie is gekeerd, is de begeerende ziel, die door materiëele driften en affecten wordt bewogen. Met dit begeerende bestanddeel is de ziel vastgeketend aan het lichaam, dat in zijn wezen materie is. Die begeerende ziel heeft haar zetel in de lever, Volgens Plato het voornaamste orgaan der buikholte. Maar de verbindingsschakel tusschen de denkende en de begeerende ziel is de moedige, willende ziel, welker orgaan het hart is. Treedt

Sluiten