Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORDRACHT VII.

PLATO.

(vervolg).

De denkbeelden van Plato aangaanden den staat zijn zoo belangrijk en gewichtig, dat zij wel onze opzettelijke aandacht verdienen In meer dan één zijner geschriften heeft Plato staatkundige problemen behandeld: in den Politikus, in de Politeia, in den Logos -In de Pohteia zet hij bepaaldelijk uiteen, hoe de staat behoort te zijn ingericht om aan de hoogste eischen te beantwoorden.

Men doet aan de groote denkers onrecht, indien men ze niet beschouwt en beoordeelt in samenhang met de nationaliteit, waartoe zij behooren, met de tijdsomstandigheden, waaronder zij optreden Om Plato als denker op politiek gebied te verstaan en te waardeeren, zal het derhalve noodzakelijk zijn ons in de politieke verhoudingen in te denken, die het staatkundig leven der Helleensche wereld in den tijd van zijn optreden beheerschten, en die zoo hemelsbreed verschillen van de toestanden, waaronder wij menschen der twintigste eeuw verkeeren.

In de eerste .plaats zij dan gewezen op de omstandigheid, dat bij de Grieken de maatschappij berustte op een samenstel van naast elkander voorkomende kleine politieke gemeenten. De benaming voor zulk eene gemeente is het woord: „polis", waaruit door klankverschuiving het Fransche woord: „ville" is ontstaan en waarvan het woord: „politiek" is afgeleid. Zulk een stadstaat, zulk een polis had het platteland van den omtrek in eigendom, en die omringende landerijen werden door de polis-bewoners, de burgers bebouwd. In zulk een polis werd zonder uitzondering eene kasté van slaven aangetrotTen, die het grove werk verrichtten en als burgers niet medetelden. Slavernij en slavenarbeid waren derhalve

Sluiten