Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de onmisbare voorwaarden voor het behaaglijk, mensonwaardig bestaan van hen, die den stand der eigenlijke, der vrije burgers uitmaakten. Elk van de burgers der politieke gemeente liet in zijn huis bijna alles, wat hij noodig had, verrichten door de slaven. Het huis, het gezin met de daaraan als eigendom toegevoegde slaven, deed en vervaardigde alles, waaraan dat huis behoefte had. Arbeidsverdeeling in het groot bestond derhalve in de stad niet; in de dagelijksche behoeften van elk gezin werd door de eigen slaven voorzien. De zuiver productieve industrie was dus nog maar in zeer geringe mate ontwikkeld. Grooter omvang had echter reeds de handel genomen, begunstigd door de talrijke kolonisaties, die als bijenzwermen, die den moederkorf verlaten, naar elders wegtrokken zonder evenwel de banden van saamhoorigheid met de moedergemeente geheel te verbreken.

Er waren ook wel vrije burgers, die handel dreven of de een of andere industrie beoefenden, doch hun doel was daarbij in de eerste plaats niet door hun bedrijf rijk te worden. Economische beteekenis had het kapitaal nog niet. Kapitaalsrente maken werd als woeker bschouwd. Hij, die geld opnam, deed dat niet om het geleende geld op eene of andere wijze productief te maken, doch omdat hij het voor zijn consumptie noodig had. Noodgedwongen schikte hij zich in het onvermijdelijke en betaalde de zware woekerrente,- door zijn schuldheer geƫischt. Iemand, die door industrie geld trachtte te verdienen of die zich op kosten van den arbeid zijner slaven trachtte te verrijken, stond alles behalve hoog aangeschreven. Zoo werd Isokrates door de blijspeldichters bespot, omdat het bekend was, dat zijn vader zich had verrijkt door een handel in fluiten, die hij door zijn slaven het vervaardigen. Belasting werd nagenoeg niet geheven; want de door de polis veroverde streken moesten de stadgemeente onderhouden. De rijken voorzagen in het onderhoud hunner arme medeburgers door vrijwillige schenkingen en giften. In het zuidehjk, subtropisch klimaat van Griekenland waren trouwens de allernoodigste levensbehoeften van geringen omvang, zoodat eigenlijk niemand, al bezat hij niet veel, gebrek behoefde te lijden.

Sluiten