Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

menschelijke samenleving naar het ideaal der Gerechtigheid, opdat 1 aldus het Goede in haar verwerkelijkt moge worden. Zoo is hij de eerste in de rij der groote wijsgeerige en godsdienstige geesten geweest, die gepoogd hebben aan te wijzen, hoe de staatsgemeenschap kan worden dienstbaar gemaakt aan de verwezenlijking van het ideaal der zedelijkheid. Augustinus, Gregorius VII, Calvijn hebben in dit opzicht zijne voetstappen gedrukt, elk hunner op zijne wijze Maar overeenkomst in grondtrekken tusschen hetgeen een Augustinus een Gregorius en een Calvijn hebben gewild en wat Plato heeft ontworpen, is onmiskenbaar. Want ook naar de bedoeling van Plato behoort er althans een afgesloten kring, een gemeente van uitgelezenen, een orde gevormd en gekweekt te worden, die langs den weg eener strenge maar heilzame tucht opgevoed, aan de wereld zal te zien geven, dat, een menschehjke samenleving, die door de idee der gerechtigheid wordt beheerscht, niet onbestaanbaar is Doch als de kunstenaar Plato het beeld van den volmaakten staat gaat boetseeren, tracht hij daarmede een doel te bereiken dat nog niet genoemd is. Hij wil namelijk ook den enkelen' individueelen mensch het voorbeeld voorhouden, waarnaar hij zich heeft te richten, indien hij aan zijne bestemming begeert te beantwoorden. Want de enkele mensch is een staat in het klein, gelijk de staat een mensch in het groot is. Volgens Plato is, zooals wij reeds weten, het geheel der zichtbare dingen één grootsch organisme, één kosmos, één groot lichaam, waarin een wereldziel huist. Zoo is ook de staat een organisme, een bezield wezen, met voedings-, ademhahngs- en denkorganen. Zal dat wezen gezond zijn dan moeten de organen volkomen kunnen functionneeren en behoort het denken aan het handelen stuur en richting te geven. In het beeld van den volmaakten staat zal de enkele mensch het ideaal zijner eigen gestalte moeten herkennen op vergroote schaal, en dus in alle bijzonderheden duidelijk zichtbaar. En tevens zal aldus de overeenkomst openbaar worden, die tusschen het leven van den enkeling en dat der maatschappelijke samenleving bestaat

Nu wij den bodem hebben leeren kennen, waaruit de „Politeia"

Sluiten