Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of dien zal over de inrichting der menschelijke samenleving te beslissen hebben en evenmin zal dat de wil of de meening van het souvereine volk. Maar de kennis, door den wijsgeer verworven, zal aan die samenleving stuur en richting geven. Als die waarachtige kennis het deel van alle burgers is, dan behoeven er zooveel wetten niet gemaakt te worden; want allen zijn dan vervuld van dezelfde gezindheid, die den wil richt op de verwerkelijking van het volstrekt Goede. In deze gezindheid bestaat de deugd en derhalve is het doel van een ideale staatsinrichting hierin gelegen, de burgers tot deugdzaamheid op te leiden. De echte deugd berust op het juiste inzicht, het zuivere weten, en daarom verlangt Plato, dat in den staat de wetenschap het heerschend beginsel zal zijn.

De menschehjke samenleving in haar geheelen omvang behoort derhalve te streven naar de verwerkelijking van de idee van het Goede. Daarbij maakt Plato geen scherpe onderscheiding tusschen het staatkundige en het sociale leven. Het moderne, inzonderheid het Engelsche begrip van den staat als „nachtwakerstaat", is hem vreemd. Plato kent geen beperking voor de staatsbemoeiing en is niet tervreden met een staatsmacht, die slechts dan ingrijpt, wanneer het onvermijdelijk noodig is, doch voor het overige aan de maatschappij hare vrije ontwikkeling laat. Zal in de menschehjke samenleving ten volle en onbeperkt het beginsel der gerechtigheid heersclien, dan moet die samenleving het karakter dragen van één groot, allen en alles omvattend organisme, van één centrum uit ingericht en' bestuurd. De vraag is dus niet, hoe ver men de individueele vrijheid wel kan laten gaan, zonder dat zij in teugellooze willekeur en arnarchie ontaardt; maar de vraag is: hoe zal bereikt worden, dat de gerechtigheid, en zij alleen, heersche, al zouden de individuen dientengevolge zelfs de gronde gaan? Want voor wien de gerechtigheid in de samenleving geldt als het hoogste goed, in diens gemoed zwijgen eigenbaat en eigenliefde, en hij zal bereid gevonden worden, leven en bezit, eer en voordeel ten offer te brengen, opdat het beginsel der gerechtigheid tot volledige heerschappij kome. Ook vraagt Plato zich niet af, of de ideale

Sluiten