Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staat, dien hij gaat ontwerpen, voor verwerkelijking geschikt is Het valt hem niet in te overwegen, of hetgeen hij als ideaal gaat stellen, in de menschelijke verhoudingen en toestanden, zooals zij nu eenmaal zijn, practisch kan worden uitgevoerd. Als de beeldhouwer een ideaal-schoone menschengestalte in het marmer beitelt, vraagt hij dan, of die gestalte op eenig werkelijk mensch gelijkt? Voor Plato wordt het ideaal bezoedeld en verminkt, zoodra men voor de verleiding gaat bezwijken om met dat ideaal te transigeeren.

Laat ons nu, zoo beredeneert Plato, eene polis, een staat gaan vestigen. We treffen een aantal menschen aan, die in zeker verband met elkander leven. De een is metselaar, de ander wever, een derde schoenmaker, een vierde landbouwer, enz. Zonder bepaalde afspraak doet ieder, wat hij geleerd heeft te doen, waartoe hij de meeste vaardigheid bezit en aldus bewijst de een den ander gewichtige diensten. Anderen voegen zich bij de kleine gemeente en hun arbeid vult aan, wat nog aan een doelmatige arbeidsverdeehng haperde en ten slotte zullen de koopman, de wisselaar en de daglooner even onontbeerlijk blijken als de andere beroepen. Hoe meer de samenleving zich ontwikkelt, hoe grooter en veelsoortiger de behoeften worden, die voorziening eischen; want naast de noodzakelijke levensbehoeften komen die der weelde zich aanmelden; naast het handwerk doet de kunst zich gelden. Doch zie, het grondbezit, waarover de polis beschikt, is weldra niet uitgestrekt genoeg om alle burgers te voeden. De staat moet grooter worden zijn gebied uitbreiden ten koste van naburen en de oorlog is niet meer te vermijden. Zoodra, aldus rheent Plato, de behoeften de grenzen van het natuurnoodzakelijke overschrijden, staat de oorlog voor de deur. Maar het oorlogvoeren is ook een handwerk of kunst, die ter dege gekend moet worden. Daarom is een bepaalde stand van burgers onmisbaar, die het soldatenberoep uitoefenen.

Hier loopt Plato vooruit op denkbeelden, die eerst veel later verwezenlijkt zouden worden. Ten tijde van den Peloponnesischen oorlog kenden de Grieken nog geen krijgsmansstand. Eerst sedert

Sluiten