Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Korinthischen oorlog (394—387 v. Chr.) wordt gewag gemaakt van huurlegers, die meer beteekenis verkregen, naar gelang onder de vermogende burgers, gaandeweg minder sterk van. het gewicht hunner vaderlandsche plichten doordrongen, de gewoonte in zwang raakte om hun militairen dienstplicht met geld af koopen. Het is bekend, wat mannen als Iphikrates, Pelopides en Epaminondas van de huurlegers hebben weten te maken. Die legers vormden het meest bruikbare vechtmateriaal, dat zich toen ter tijde liet denken en de beroepssoldaten, waaruit zij bestonden, waren voor den meestbiedende te koop. Zulk een leger van voortreffelijk voorbereide en uitgeruste beroepskrijgers eischt Plato voor zijn staat. Maar zij zullen zich niet nu eens aan dezen, dan aan genen mogen verhuren. In het organisme van zijn staat vormen zij een blijvend, een onmisbaar bestanddeel. De krijgsmansstand behoort uit de beste en voortreffelijkste burgers te bestaan. Van allen overigen arbeid ontheven, bestaat hun levenstaak in het beschermen van de polis tegen alle gevaren van buiten, en tevens tegen alle gevaren van binnen. Sterk en vaardig naar lichaam en geest, staan zij steeds gereed om naar het zwaard te grijpen als het buitenlandsch gevaar dreigt; maar tevens voorkomt of smoort hun optreden alle binnenlandsche twisten en oneenigheden en zorgen zij er voor, dat binnen de landpalen der polis de orde bewaard en de wet wordt nagekomen. Daarom noemt Plato hen de „wachters" van den staat.

De polis moet zelve die „wachters" leveren. Wie in hun stand wil wórden opgenomen, moet naar lichaam en ziel aan de hoogste eischen voldoen. Niet alleen moet hij alle eigenschappen van den krijgsman bezitten; maar hij moet ook inzicht hebben in het doel van den staat, in den samenhang der maatschappelijke verhoudingen en standen. Hij moet dapper zijn, en tevens een man van wetenschappelijke vorming. De gymnastiek moet hij beoefenen om op lichamelijk gebied het hoogste te bereiken, de musische kunsten, waarvan wat wij muziek noemen slechts één enkel onderdeel was, moet hij beoefenen, om op geestelijk gebied te bereiken, wat voor

Sluiten