Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn hoog beroep noodig is. Vorming in de beide richtingen is niet mogelijk zonder strenge tucht. Daarom moet hij van jongs af gewend worden aan ontbering, aan oefening en inspanning, die het lichaam traint en tot een gehoorzaam werktuig maakt van den wil. En eveneens van kindsbeen af moet zijn geest gevoed worden met een uitgelezen keur van sagen en godsdienstige overleveringen en zijn jeugdige ziel moet groeien en sterk worden door de aanraking met al wat geschikt is om een krachtig gelooven en willen te bevorderen. Bij de beoefening van muziek en zang worde alles vermeden, wat zweemt naar verweekelijkende streeling der zinnen en sentimentaliteit, en worde uitsluitend de ernstige, plechtige koorzang beoefend, die geschikt is om vaderlandslievende en godsdienstige stemmingen te kweeken. Aldus wordt gevormd het type van den mensch vol kracht en schoonheid, van den held en krijgsman, wiens inzicht en beleid gelijken tred houden met zijn moed en die, aldus voorbereid en toegerust, volkomen in staat is om zijn roeping als „wachter" te vervullen.

Doch zulk een opvoeding onderstelt hen, die bekwaam zijn om op te treden als leiders, opvoeders en regeerders. De stand der „wachters" moet een uitgelezen keurbende vormen, in physiek en moreel opzicht de meerdere van de groote menigte der gewone lieden, die in allerhande beroep en bedrijf bezig zijn. Zij, de „wachI ters" zijn de eigenlijke dragers van de staatsidee, in wie de staatsmacht belichaamd is, en voor hunne veeleischende vorming is onmisbaar, dat uit hun midden een nog kleiner groep van zeer hoog staande menschen worde gekozen, aan wie de gewichtige taak kan worden toebetrouwd, de „wachters" op te voeden en aan den geheelen staat de opperste leiding te geven. Zij behooren te zijn mannen van rijpen leeftijd en van groote ervaring, die de uitgebreidste kennis deelachtig zijn en in wie de hoogste wijsheid woont. Aldus maakt Plato in den stand der „wachters" eene onderscheiding tusschen de grootere groep van „helpers en uitvoerders" en de veel kleinere van „regeerders en bestuurders" en die laatsten, dat spreekt wel van zelf, zijn de mannen der wetenschap, de wijsgeeren.

Sluiten