Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welke personen de kunstenaar hier in beeld heeft gebracht. Het zijn Plato en Aristoteles.

Naast elkander staan zij daar in tweegesprek als gelijkwaardige geesten, en wij zouden niet raden, als wij het niet van elders wisten, dat de een de leerling van den ander is. Onze belangstelling wordt over beiden in gelijke mate verdeeld. Zij zijn omringd door een rij van discipelen, die in eerbiedig stilzwijgen de discussie volgen, die door het tweetal wordt gevoerd. Plato, wiens zielvolle blik eer naar binnen dan naar buiten is gekeerd, als gevoelde hij zich in deze zichtbare wereld een vreemdeling, wijst met de rechterhand naar boven, naar het rijk van het Eeuwig-Zijnde, waar de ideeën wonen. Aristoteles schouwt, sterk en zelfbewust, de ruimte in en strekt met energiek gebaar de rechterhand breed voor zich uit. Hij maakt den indruk van iemand te zijn, die met zijn denken zich zelf en de wereld volkomen beheerscht en in die beheersching zijn geestelijk evenwicht heeft gevonden. Bij hem is geen bange worsteling met onbereikbare idealen, maar veeleer een naar blijdschap zweemende, kalme tevredenheid over hetgeen zijn vorschende geest heeft leeren veroveren en beheerschen. Plato's denken en streven beweegt zich in de verticale lijn, van de diepte naar de hoogte; het denken en streven van Aristoteles is er op gericht, heel de wereld, heel den kosmos, te omvamen, in'al zijn onderdeden te doorvorschen, den zin van al het bestaande te doorgronden. Hij is de wijsgeer van de horizontale lijn.

Aristoteles werd geboren in het jaar 384 vóór Chr. te Stagira op het Thracische schiereiland Chalcidice. Zijn vader Nikomachos, die evenals zijn voorvaderen het beroep van geneesheer uitoefende' was lijfarts van den toenmaligen koning van Macedonië. Men mag' onderstellen, dat de zoon in overeenstemming met de famihe-traditie eene vooropleiding ontving, die zijn belangstelling voor natuurwetenschappelijk-geneeskundige studiën gaande maakte en dat dus zijn blik voor de ervaringsfeiten en het daarmede verband houdende onderzoek reeds eenigermate geoefend was, toen hij op zijn achttiende jaar van de uiterste grens der Grieksche wereld naar

Sluiten