Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Athene, het middelpunt der beschaving, verhuisde en de ongeëvenaarde ontwikkeling van het Helleensche geestesleven der vijfde eeuw vóór Chr. juist op haar hoogtepunt aantrof. Hier vond hij gelegenheid onder de leiding van Plato zich verder wetenschappelijkteontwikkelen. Twintig jaren lang heeft hij in de sfeer der Akademie verkeerd; heeft zich allengs naast den leermeester een eigen standpunt weten te veroveren en heeft er weldra gelegenheid gevonden zijn eigen denkbeelden aan anderen mede te deelen. Die denkbeelden moet hij hebben neergelegd in een vrij aanzienlijke reeks van geschriften, die evenals de werken van zijn leermeester, in den vorm van dialogen waren saamgesteld. Van die geschriften uit Aristoteles' eerste periode, die in de eerstvolgende eeuwen nog druk gelezen werden, is helaas niets meer overgebleven. Universeel van aanleg, beoefende hij de meest uiteenloopende terreinen van wetenschap met denzelfden ijver en dezelfde gunstige resultaten, en verdeelde gelijkelijk zijne belangstelling over het historische, het letterkundige en het natuurwetenschappehjke gebied. Hij streefde daarbij naar het vinden van den onderlingen samenhang der feiten en tevens trachtte hij aldus de grondslagen te bevestigen, waarop het systematisch ingericht gebouw eener wijsgeerige wereldbeschouwing kon worden opgetrokken. Hoewel hij in zijn latere geschriften de denkbeelden van Plato aan eene vrij scherpe critiek onderwerpt, mag men toch wel aannemen, dat tusschen beide groote mannen eene goede verstandhouding is blijven voortbestaan, die in wederzijdsche hoogachting en uitwisseling van denkbeelden hare natuurlijke uiting vond, en dat met name Aristoteles nimmer is te kort gekomen in de betooning van eerbiedige toegenegenheid, die een meester als Plato met recht van zijn leerlingen mocht verwachten.

Na Plato's dood bracht Aristoteles eenige jaren door in de Kleinaziatische stad Atarneus, waar hij de vriendschap genoot van den aldaar heerschenden dynast Hermeias, dien hij in de Akademie te Athene had leeren kennen. Na den dood van dien vorst, die bij een oproer om het leven kwam, volgde Pythias, de nicht van

Sluiten