Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de verschijnselen bestaat, om te verstaan op wat wijze het eene feit uit het andere noodwendig volgt. Aristoteles wil trachten uit het waargenomene af te leiden het doel, waarop de voortgang der verschijnselen is gericht, de essentieele gedachte, die in en door het wordingsproces zal verwerkelijkt worden. Bouwt, aldus beredeneert hij, de architect een huis, dan staat het huis in zijn voltooiing hem voor den geest. Het wezen van het huis bepaalt de keus en de rangschikking der aan te wenden bouwstoffen. Bouwstoffen en rangschikking maken niet het wezen van het huis

uit; maar het wezen van het huis beslist dat die (ipiimMp Knm».

stoffen zullen worden gebezigd, die bepaalde rangschikking in acht j zal worden genomen. Met andere woorden : de essentie der dingen

Hs hun hoogste oorzaak. Het wezen der dingen wordt ingezien en { erkend volgens de categorie der doelstelling.

Geen sterker tegenstelling denkbaar dan tusschen Aristoteles en Darwin. Volgens den laatsten staat het soortbegrip niet voor'altiid

vast, maar kan de eene dier- of plantensoort zich onder inwerking

„pm wi vuicu ucicrtciiuarc uinsianaigneaen uit ae andere geleidelijk ontwikkelen. Waarom is de ijsbeer wit en heeft de

poolvos een dikke vacht? Onder alle beren-individuën kwamen de lichter gekleurde er het best af; in een omgeving van sneeuw en Üs boden zii geen p-esehikt doelwit vnnr hplarr»» o« ^-„«i

üen ras van spierwitte beren bleef ten slotte over. Zoo verging

het ook de vossen. Hoe zwaarder vacht eenig exemplaar had, hoe beter weerstand het kon bieden aan een Siberisch-lage temperatuur. De minder dik behaarden bezweken; het sterke, zwaar bevachte ras bleef in stand. Een soortgelijke verklaring had reeds Empedokles gegeven van het ontstaan van de wervelkolom. Oorspronkelijk was die ongebroken geweest, had zij uit één stuk bestaan. Maar de

mensch had beproefd zich te wenden en te draaien; daardoor was

de kolom gebroken en nog eens gebroken en zoo waren de wervels ontstaan. Zulk een verklaring van de verschijnselen wordt door Aristoteles met nadruk afgewezen; want zij onderstelt de heerschappij

Van het toeval in nlaats van een nlon. oan ...l.i.. 1 : L_

j . —~" f.»" , \.\.L± i.iuvei UICtUÜUISL'IlC,

Sluiten