Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij hebben reeds gezien, hoe groot de belangstelling is, die Aristoteles wijdt aan het vraagstuk der beweging. Hoe verklaart hij het ontstaan der beweging? Hij vermag niet, als Heraklitus, in de beweging zelf het diepste wezen van het bestaan te zien; want beweging, die tot een einddoel leidt, moet noodzakelijk een oorI sprong, een begin hebben. De keten van oorzaken en gevolgen I kan niet als eindeloos worden gedacht, moet ergens een aanvangsI punt hebben. Er moet een eerste oorzaak zijn, die niet veroorzaakt wordt, maar zelf absolute werkehjkheid, eeuwige energie is en actualiteit; iets, dat het wordingsproces van stof en vorm in gang zet, zonder zelf in dat proces te zijn begrepen; iets, dat derhalve zelf niet stoffelijk kan zijn. De oorzaak van alle beweging moet I zelf buiten de beweging staan. Deze onstoffelijke beweging der R wereld, die zelf buiten de beweging staat, is, volgens Aristoteles, I de Goddelijke Geest. Gods geest is zuiver geest en als zoodanig I j zuiver denken, of, zooals hij het uitdrukt: het denken van het j denken, derhalve een denken, waarin de tegenstelling tusschen |' subject en object, tusschen datgene, wat denkt en dat, wat gedacht I wordt, niet bestaat. Ons menschelijk denken is gericht op de wereld buiten ons, vindt derhalve zijn object buiten zich, tegenover zich ; het denkt de vormen en gestalten van die buitenwereld na. Het Goddelijk denken is een voortbrengend denken, een scheppend denken; het produceert de vormen en gestalten, die zich in de wereld concreet en waarneembaar zullen openbaren. Het wezen Gods bestaat in het stelsel van ideeën, dat ons menschelijk denken in de tallooze vormen en gestalten der zintuiglijk-waarneembare | wereld vindt uitgedrukt en gematerialiseerd. Wij vermogen niet r meer te doen dan na-te-denken, nog eens te denken, wat de Goddelijke Geest ons al scheppende heeft voorgedacht.

Toch wordt door Aristoteles God nergens met zooveel woorden de Schepper der wereld genoemd; wel noemt hij hem „demiurgos", dat is wereldformeerder, wereldbeweger. Hoe kan de Goddelijke Geest, die volstrekt onstoffelijk gedacht wordt, die zuiver denken is, de materie in beweging zetten? Aristoteles kan dat niet vol-

Tansen. Geschiedenis der Wijsbegeerte. z3

Sluiten