Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doende verklaren ; doch hij wijst ter verduidelijking op iets, dat wij gelegenheid hebben telkens en telkens waar te nemen. Roept ons menschelijk denken ook niet onophoudelijk materiëele beweging te voorschijnt Wat door onzen geest wordt bedacht en beraamd, onze hand, onze voet brengt het ten uitvoer, zonder dat wij verstaan, hoe de menschelijke geest het stoffelijk lichaam in beweging zet en tot volvoerder maakt van zijn gedachten. Aldus, vermeent Aristoteles, zal het niet ongerijmd zijn zich voor te stellen, dat de Goddelijke Geest de wereld aanraakt en haar in beweging zet. Gelijk het leger saamgehouden wordt door de discipline, 'die zelve op haar beurt berust in* den persoon van den veldheer, zoo blijft de wereld in stand door het goede, dat haar als wereld-orde in verband houdt, en die wereld-orde berust niet in zich zeiven, maar in God, in wiens denken zij haar bestaansgrond heeft.

Het probleem van de betrekking tusschen God en wereld wordt door Aristoteles dus wel aangeroerd, doch niet opgelost. Evenzoo laat hij het vraagstuk onopgelost, dat juist toen ter tijde tot de | brandende kwesties behoorde, namelijk dit: of men de substantie : van de werkehjkheid heeft te zoeken in het algemeene of in het individueele. Zijn de grondvoorwaarden van het eigenaardige in den samenhang der dingen te vinden, in hetgeen slechts gedacht kan worden, derhalve in der ideeën en de logische betrekkingen, waarin die ideeën tot elkander staan, zoodat de afzonderlijke dingen te beschouwen zijn als materiaal en middel om die ideeën te verwerkelijken? Of zijn omgekeerd die afzonderlijke dingen in hun zinnelijk waarneembare individualiteit van grondleggende beteekenis en zijn dus de algemeene begrippen, waaronder de dingen saamgevat worden, slechts denkvormen, die wij aanwenden om ons in den doolhof van gegevens, die de zinnelijke wereld aanbiedt, te oriënteeren en die gegevens aan de levenspractijk dienstbaar te maken ?

Is het soorttype, de idee van een plant, die tot die soort behoort, als substantie in den eigenlijken zin te beschouwen? Hetzelfde i probleem treedt in de middeleeuwen op nieuw naar voren in den j strijd tusschen de realisten en de nominalisten. De realisten kennen

Sluiten