Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

* ■

realiteit toe aan de abstracte begrippen, aan het paard, aan den mensch. De nominalisten zeggen: het paard, de mensch zijn maar I namen, abstracties, waaronder ons denken de veelheid van individueele paarden en menschen samenvat. Aristoteles geeft geen beslissend antwoord. Dat het „ware zijn" in de individueele dingen (en menschen) tot openbaring komt, was voor zijn werkelijkheidszin boven twijfel verheven. Maar niet minder was het hem duidelijk, 1 dat er van weten omtrent de dingen geen sprake kan zijn, wanneer men zich tot het individu blijft bepalen, en dat het in den aard van het denken ligt steeds in het bijzondere het algemeene te zien, uit de bijzondere gevallen algemeene wetten af te leiden. Hij maakt zich ten slotte van de zaak af met eene onderscheiding in woorden, zonder ons duidelijk te zeggen, wat hij met die onderscheiding bedoelt. Hij beweert namelijk, dat de individuen substanties zijn van de „eerste orde" en de algemeene typen en betrekkingsverhoudingen noemt hij substanties van de „tweede orde" zonder het raadselachtige en vage van die indeeling toe te lichten, zonder aan te geven, met welk doel hij die indeeling maakt.

Nu wij de metaphysische grondslagen van het wijsgeerig stelsel van Aristoteles hebben leeren kennen, willen wij nagaan, op wat wijze hij daarop den monumentalen gedachtenbouw heeft opgetrokken, waarin nagenoeg geen enkel belangrijk onderdeel van menschelijk weten wordt gemist.

In de eerste plaats hebben wij dan onze aandacht te bepalen bij de natuurphilosophie. De beweging in de natuur, waarvan God de eerste oorzaak is, heeft verschillende graden en trappen, die verband houden met de constructie van den bouw des heelals. Overeenkomstig de astronomische hypothese, die in Aristoteles' dagen algemeen werd aanvaard, bevindt zich onze aarde in het vaste middelpunt der wereldruimte, waaromheen de hemel zich welft als een reusachtige bol. Elk gesternte is bevestigd aan eene „sfeer", te weten: een onzichtbaren, maar toch uit uiterst fijne materie, ether, bestaanden hollen bol, die met de aarde hetzelfde middelpunt heeft, en in 24 uren eene omwenteling om dat middel-

12 *

Sluiten