Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerste plaats afhankelijk van uitwendige, maar van inwendige oorzaken. De eigenaardige eigenschappen, waardoor het geheel zich kenmerkt, worden niet afgeleid uit de naar causale wetten verloopende samenwerking der deelen; maar omgekeerd wordt getracht de aard en de functie der onderdeelen logisch af te leiden uit de idee, die als leidend en vormend beginsel en als centrale kracht heel het ontwikkelingsproces beheerscht en naar een voorafgesteld einddoel heenvoert.

In overeenstemming met deze opvatting beweert dan ook Aristoteles, dat het geheel er vroeger is dan de deelen. Uit de wijze, waarop die deelen tot elkander in verband staan, kan men wel het waargenomen ding, behoorende tot die bepaalde soort, of het waargenomen feit, als behoorende tot die bepaalde groep van verschijnselen, leeren kennen; doch de reëele grond voor het ontstaan van eenig ding of van eenig verschijnsel is elders te zoeken, namelijk in de idee, die als potentiëele kracht in de dingen en verschijnselen is gelegd, en in het verloop hunner ontwikkeling steeds duidelijker tot openbaring komt.

Het feit, dat Aristoteles de eerste wijsgeer is geweest, die eene 'teleologisch-dynamische natuurbeschouwing op den voorgrond heeft gebracht, moet hem als een groote verdienste worden aangerekend, al moet tevens erkend worden, dat die teleologisch-dynamische beschouwing gedurende de middeleeuwen, en oók later op nieuw in de achttiende eeuw, door het betrekkelijk recht der mechanischcausale opvatting te miskennen, aan het grondig natuur-onderzoek, dat op exacté waarneming is gebaseerd, alles behalve bevorderlijk is geweest, en zoodoende den voortgang der natuurwetenschap bedenkelijk heeft belemmerd. In zijn bekend boek: „Hellas" merkt Allard Pierson op, dat. Aristoteles, hoewel aan de empirie hooge beteekenis toekennende, te veel waarde hecht aan ééne bepaalde methode van onderzoek, die hem vaak belet, de dingen en de verschijnselen volkomen objectief waar te nemen. „Wij," zoo zegt hij daar, „wij Veten thans hoe de onderzoeker de ware methode leert kennen, namelijk, al doende; wij weten, dat ook deze kennis vrucht moet zijn van ervaring, en daarom bepalen wij niet van te voren al te angstig onzen weg. Wij getroosten ons het denkend

Sluiten