Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

school van Aristoteles van de benoodigde wetenschap te voorzien, waar alles kant en klaar was gemaakt en men slechts behoefde te aanvaarden en over te nemenzonder critiek enzonder zelfstandig onderzoek.

Eerst met het optreden der Renaissance wordt dat anders. Met haar dorst naar waarneming van nieuwe feiten, naar vermeerdering van versche empirische kennis, buiten alle overgeleverd weten om, aanvaardt zij met hartstocht de atomistisch-mechanische beschouwingswijze. Wij behoeven in dit verband slechts te herinneren aan mannen als Galilei, Gassendi, Newton, enz.

Later komt met Leibnitz de teleologie weer in eere. evenals bii

Aristoteles in verband met een optimistische wereldbeschouwing.

ue negentiende eeuw laat zoowel teleologie als optimisme varen

en de atomistisch-mechanische wereldbeschouwing wordt nog consequenter doorgevoerd; zelfs op het terrein van de zoogenaamde „geestelijke wetenschappen". Men denke slechts aan het „historisch materialisme." Eerst in de laatstverloopen decenniën worden in het kamp der natuuronderzoekers stemmen vernomen, die op een naderende kentering wijzen. Darwin's theorieën, die zuiver mechanistisch zijn, worden aan eene ernstige critiek onderworpen; het zuiver

ivaiamci ua uuuc aiumcmcer diijki tegenover ae laatste uitkomsten der chemische wetenschap niet houdbaar; en het

„vitalisme van vroeger tijden duikt in hernieuwden vorm weer op.

<jeen wonder, dat op het gebied der wijsbegeerte de categorie der doelstelling niet langer wordt miskend, en het materialisme voor een hernieuwd idealisme plaats begint te maken. Het is dan ook wel te verwachten, dat ook buiten die kringen, die onder een bepaald theologischen invloed verkeeren, Aristoteles op nieuw in eere zal komen, zooals wij dat ten onzent ook al met den geheel op den achtergrond geraakten Hegel hebben zien gebeuren.

Wat Aristoteles geleerd heeft op het gebied van psychologie, ethiek en staatsleer, aesthetica en logica, is zoo belangwekkend, dat wij het niet stilzwijgend voorbij mogen gaan. Daaraan worde de eerstvolgende voordracht gewijd.

Sluiten