Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

één groot, allesomvattend organisme is, dat door één en hetzelfde levensbeginsel wordt beheerscht. Zoo wijst, volgens hem, het feit der beweging op anorganisch gebied, bij wijze van analogie op de levensverschijnselen, waardoor het gebied van het organische zich kenmerkt. Maar ook op dit laatste terrein zelf ontdekt hij dergelijke analogieën. De functie van het bloed wordt bij de bloedlooze dieren vervuld door een overeenkomstige vloeistof. De beenderen der viervoeters komen overeen met de graten der visschen; in plaats van het hart hebben de bloedlooze dieren een overeenkomstig centraal orgaan; in plaats van longen hebben de visschen kieuwen; bij de planten vervult de wortel dezelfde functie als bij de dieren de kop, of liever de mond, als orgaan voor de voedselopneming; de' levenswijze, de gemoedsgesteldheid en het , verstand der dieren laten zich met die der menschen vergelijken; de menschehjke ziel onderscheidt zich in het tijdperk der kindsheid nauwelijks van die der dieren, enz.

De geringer of grooter volmaaktheid van eenige diersoort hangt in hoofdzaak af van den graad der bij die soort voorkomende organische warmte. Hoe hooger warmtegraad, des te voortreffelijker bloed, en tevens des te volmaakter ontwikkeld zieleleven. Ook wordt veel gewicht gehecht aan de bewegingsvaardigheid en aan de plaatsing van den kop ten opzichte van de andere lichaamsdeelen. Hoe meer de kop naar boven gericht is, hoe hooger de rang is, die de diersoort in de opklimmende reeks inneemt. Verder let Aristoteles bij zijn indeeling op de wijze, waarop de soort ontstaat. Door generatio aequivoca, dus niet door voortteling uit ouders, zijn ontstaan: eenige soorten van insekten, die uit verrottingsproducten heeten voort te komen, verder de schaaldieren en de dieren, die als planten aan den eenen of anderen bodem zijn vastgegroeid. Verder onderscheidt hij het ontstaan in de wormgedaante door middel van eieren en als ontwikkeld organisme. Van het embryo der eierleggende en der levende jongen barende dieren weet hij te vertellen, dat het aanvankelijk steeds in de wormgedaante voorkomt. Met de moderne Darwinistische afstam-

Sluiten