Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aardige gevolgen gehad voor de ontwikkeling der psychologische wetenschap. Heel de middeleeuwen door heeft men als hoogere zielsfuncties slechts kennen en begeeren onderscheiden. De hervormers, met name Calvijn, hebben, voor zoover hunne theologie zich met zielkundige vraagstukken inliet, geene andere functies erkend en tot op den huidigen dag hebben Calvinistische psychologen zich hardnekkig vastgehouden aan de leer der twee zielsvermogens en met den meesten nadruk het bestaan der gevoelsfuncties ontkend. Prof. Bavinck ten .onzent heeft zich steeds beijverd om aan te toonen, dat de leer der drie vermogens, in de dagen der Wolffsche school in Duitschland ontstaan, en door Rousseau en andere romantici sterk gepropageerd, moet worden geacht in strijd te zijn met rede en geloof. Toch hebben sedert de dagen van Tetens alle moderne, niet-kerkelijke psychologen van de meest verschillende richting, Kant, Herbart, Lotze, Wundt, en wie men maar wil noemen, een groot deel hunner belangstelling, naast de denken wils-, aan de gevoelsverschijnselen gewijd. Deze gang van zaken vindt mijns inziens zijn verklaring in de omstandigheid, dat het theologische stelsel der middeleeuwen, zoowel als dat der .hervormers en der Roomsch-Katholieke kerk, zijn denkvormen grootendeels heeft ontleend aan de wijsgeerige en wetenschappelijke theorieën van den Griekschen, vóór-christelijken wijsgeer Aristoteles, zoodat afwijking van die theorieën de ongerepte handhaving van die stelsels bedreigt en men zich derhalve genoodzaakt ziet, wil men de overgeleverde kerkleer in haar waarde laten, overtuigingen en opvattingen te bestrijden, ja als hoogst gevaarlijk voor te stellen, die onder andere omstandigheden waarschijnlijk wel voor alleszins aannemelijk zouden gelden. Men ziet hieruit, hoe ver de invloed van één groot denker wel vermag te reiken!

Aristoteles is terecht de vader der zielkundige wetenschap genoemd. Ook op dit gebied mag hij dus baanbreker heeten. Dat hij als geestelijk padvinder den weg nog moest zoeken en bakenen, blijkt onder andere hieruit, dat hij het onderzoek betreffende de normen, waarnaar het menschelijk denken behoort gericht te zijn, de

Sluiten