Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

theorie der kennis derhalve, nog niet streng gescheiden houdt van dat betreffende het feitelijk verloop van dat denken, dus van de psychologie.

Toch is Aristoteles er in geslaagd, ook voor de kennisleer eens

en voorgoed een stevig en betrouwbaar fundament te leggen, waarop later kon worden voortgebouwd.

Wij hebben reeds gelegenheid gehad op te merken, hoe eerst de Eleaten, daarna Plato, tegenover de onbetrouwbare meening, op - zintuiglijke waarneming berustende, het betrouwbare weten hadden gesteld, dat alleen voor de rede bereikbaar was, dat de methode, om die kennis te erlangen volgens Plato liep langs het

steile pad der dialectiek, dat daarentegen de Sophisten hadden beweerd, dat iedere meening evenveel aanspraak op erkenning had, dat aan elk het recht toekwam, er een eigen waarheid op na te houden, en dat derhalve waarheid een begrip van betrekkelijke beteekenis was. Verder was men niet gekomen. Aristoteles had nu nog uit te maken, welk aandeel in het verwerven van betrouwbare kennis eenerzijds aan gewaarwording en waarneming, anderzijds aan de rede behoorde te worden toegekend. Hem bleef de taak, aan te wijzen, in hoeverre de rede het door gewaarwording en waarneming aangebrachte materiaal onmisbaar noodig had, indien zij tot wetenschap wilde komen, en in hoeverre omgekeerd het door gewaarwording en waarneming geleverde materiaal, om tot wetenschap verwerkt te worden, bearbeid diende te worden door de algemeene begrippen, die het eigendom der rede uitmaken. Verder moest bepaald worden, hoe beide vermogens moesten samenwerken, om tot een norm der waarheid te komen, die op zinnelijke waarneming berustte, en om bovendien een norm vast te stellen voor die waarheid, die berustte op de begrippen der rede. Aristoteles vat deze taak in haar volle breedte op; hij tracht de betrekking vast te stellen tusschen het lagere en hoogere kennisorgaan en den aard hunner functies, en vervolgens poogt hij uit te maken, welk aandeel ieder hunner naar zijn aard rechtens toekomt in het produceeren van kennis, die aanspraak heeft op normatieve geldigheid.

JfAMSBH. Geschiedenis der Wijsbegeerte ,

Sluiten